DE TOUR Geen zorg voor Parijs
Voor het terras van Le Cardinal, een riante Bar Brasserie aan de Boulevard Hausmann raasde na de huldigingen op de Champs Elysées, ver na middernacht nog een druk verkeer van bussen, scooters en taxi’s voorbij en het was er een parade van jonge schoonheden, blank en gekleurd, wuft en weelderig op het ruime trottoir. Met de aankomst in Parijs was er het besef van het einde van de Tour, dat altijd even opgelucht als melancholisch stemt, maar dat liet Parijs zelf verder koud. De Tour is lucht voor Parijs.
Er is geen stad in Frankrijk die zo weinig om de Tour geeft als Parijs. Ik heb het gehoord van Christian Prudhomme, de Tourbaas zelf. Het is een frappant gegeven, juist hier, op de Boulevard Hausmann, de geboortegrond van de Tour. Vlakbij, in de Rue Faubourg Montmartre opperde wielerredacteur Géo Lefèvre in november 1902 het kostelijke idee om een rondgang door Frankrijk te maken voor beroepswielrenners.
In essentie is het altijd zo gebleven dat de Tour de verre gebieden uit Parijs opzoekt en dat ze in Parijs gewoon verder gaan met dingen die ze veel leuker vinden: eten, drinken, theaters en musea bezoeken en mekaar versieren. Op één zomermiddag in juli is er de onvermijdelijke aankomst van de Tour en dan wordt de Champs Elysées vooral omzoomd door mensen van buiten, uit provincies als Noorwegen en Nederland.
Ergens op de Champs Elysées is die merkwaardige vierpotige finishpoort van de laatste kilometer voor het laatst opgeblazen en weer leeg gelopen. Na het passeren van de renners is er een auto langs gekomen om de routepijlen op te ruimen. De Voiture Déflêchage, de ontpijlingswagen die zorgt voor de wégwegbewijzering van de Ronde. Voordat dat busje langs komt hebben al heel veel souvenirjagers uit het publiek dat gedaan. Lucht uit de poort, de borden weg: de Tour is van de aardbodem verdwenen na drie weken van nadrukkelijke aanwezigheid in het zenith van zichzelf, in alle vormen van opgeblazenheid, in allerlei richtingen.
Mijn koers gaat terug naar de Lage Landen en op die weg blaas ik alles weg van de afgelopen rondgang. Vooral de discussie over de aflopende ketting van Andy Schleck waarmee Alberto Contador het verschil kon laten oplopen. Er hadden twee gele truien moeten zijn uitgereikt! De een voor le plus fort, de sterkste. De ander voor le plus malin, de gemeenste, zoals de oude kenner Laurent Jalabert sprak.
Lance Armstrong heeft op leeftijd nog voor een aangrijpend bijprogramma gezorgd, in een gecompliceerde rol als verliezende oud-dictator. Oude cowboy die toch steeds weer op zijn paard stapte. Chapow! Ik gun hem zijn pizza’s en zijn bier. Hij heeft al genoeg achter zijn kiezen met LA Confidential, het boek dat hem belaagde. Nu wordt het serieuzer met een variant van LA Law.
De Tour is over, maar gaat nooit voorbij. Ze hebben de climax van volgend jaar al in voorbereiding, als het honderd jaar geleden is dat ze de Alpen voor het eerst aandeden. Dat wordt dus de Galibier en op de vrijdag voor Parijs de apotheose op Alpe d’Huez. Het opblazen kan alweer beginnen, maar laten ze dan niet opnieuw samen boven komen, Andy en Alberto. Het is niet goed voor de Tour, maar Parijs zal er weer niet van wakker liggen.





