JOURS DE GRÈVE Dagboek uit Lyon

Vanuit mijn hotelkamer

DAG 1, woensdag 20-10-2010

Het reisdoel is Lyon, diep in Frankrijk, metropool aan de Rhône. Hier hebben zich vooral scholieren gemanifesteerd, de Lycéens, in wat een algemeen landelijk protest is tegen de voorgenomen verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Tussen hen hebben zich de casseurs gemengd, het vaste slag diehards dat overal op rellen uit is. Het gaat hen niet om de Reforme van Nicolas Sarkozy.

Brandstof is een zorg, ook voor een Nederlandse verslaggever. Voor de zekerheid koop ik twee tankjes, goed voor 15 liter reservediesel. In de praktijk lijkt dat niet echt nodig, ondanks de permanente berichtgeving over lege tankstations. Voorbij Metz kom ik op de A6 langs nogal wat benzinestations die nog kunnen leveren. Zo erg is de Franse herfst nog niet op de Route Soleil. Vlak voor Mâcon lees ik toch een waarschuwing op de matrixborden, gericht op de vrachtrijders: Geen Benzine meer na 22 kilometer. Dat ga ik checken bij het bedoelde station. Zelf kan ik nog net 33 liter diesel bijtanken onder het motto ‘Tanken wat je Tanken kan’. Achter de kassa zit een blonde jonge vrouw met een speldje door haar neusvleugel. ‘We zijn de komende nacht ook leeg. Er is niks geleverd.’ Dat wordt dus optellen bij de 5000 stations die volgens de Franse radio al droog staan.

Lyon is vol, blijkt bij aankomst. Ik zoek een kamer in de straten bij de Place Bellecour, het strijdperk van de confrontaties tussen de jeugd en de CRS, de Franse oproerpolitie. Ik ken dat plein van de Tour de France en mooie reiswandelingen. Het ene na het andere hotel in de omringende straten is complet.
‘Er zijn veel seminars, monsieur,’ zegt een receptionist.

Dan toch nog maar eens proberen aan de andere kant van het plein. Het is vlak voor twaalven. Het klassieke Hotel Royal heeft nog plaats, een ouderwetse kamer op de vierde etage. Ik overdenk de situatie, met al die volgeboekte hotels. Vreemd toch, in deze tijden van Frans nationaal stakingsrumoer. Blijkbaar zijn er in Lyon nog volwassenen genoeg die naar congressen en cursussen moeten, terwijl de jeugd rellerig de straat op gaat. Dat zijn van die accenten die over het algemeen verloren gaan in de berichtgeving en daarom een vertekend beeld geven van de werkelijkheid.

Nee, Frankrijk ligt niet helemaal plat, volgens de platitude van de journaaluitdrukking. Ik had dat maandag en dinsdag al gemerkt in Parijs, voor de presentatie van de Tour de France van 2011. Het was een en al bedrijvigheid in de Franse hoofdstad. De mensen hadden er werkelijk meer aan hun hoofd dan twee komende beklimmingen van de Galibier, maar ik zag geen barricaden in de straten van Parijs.
In Lyon is na middernacht nog een 24-uurs Pizzeria open aan de overkant van de Bellecour. Het is er druk. Mijn Pizza El Pollo staat net op tafel als er een stel voetbalfans binnenkomen. Lyon heeft een paar uur eerder met 2-0 van Benfica gewonnen. Dat gaat ook allemaal door, geen stakingen in de Champions League.
De fans gedragen zich keurig. Het zijn geen vandalen als de reljeugd van het plein.

DAG 2 donderdag 21-10

Vroeg op voor de ochtenduitzending. Nieuwe verbazing bij een blik uit het raam van mijn kamer. Een en al drukte op het plein en de Rue de Charité, pal onder me. Het werkvolk van Lyon in zijn eigen ochtendspits. Ze spoeden zich in en uit de trapgaten van de metro. Dit is toch niet de indruk van een stad in opstand, laat staan van een land dat plat ligt. Ik vertel dat allemaal aan het vaderland, live vanaf de Place Bellecour, met de vaststelling dat er alweer zeven bussen van de oproerpolitie klaar staan, met agenten die kalmpjes de krant zitten te lezen. Zo beginnen zij aan de werkzaamheden.

Ontbijt met Le Progrès, de lokale krant, de Figaro en de International Herald Tribune. Ik lees de observatie dat het tumult in Frankrijk veel weg begint te krijgen van de Meirevolte van 1968. Ik geloof daar niet zo in. Het is anders dan toen, in Parijs. Er is nu overal in Frankrijk opstandigheid, maar het gebeurt toch in een andere geest, een andere bezieling, met een andere inzet. Destijds moest de verbeelding aan de macht komen in een omwenteling van studenten en jongere arbeiders, een solidariteit die snel uiteen viel. Nu gaat het vooral om de pensioengerechtigde leeftijd op 60 te houden, kernpunt van een breder protest tegen het beleid van Nicolas Sarkozy.

Zo zijn ze, in Frankrijk. Altijd wat om te mopperen, om furieus de straat op te gaan. Maar een Totale Opstand? Mais non. Mei ’68 is voor Frankrijk en de wereld wat het Maagdenhuis was voor Amsterdam en Nederland. In beide gevallen vooral een mislúkte opstand, maar voor decennia lang ijkpunten voor de Ware Opstandigheid.

Even na half elf, ik ben net terug van de kiosk voor een broodnodige Équipe, zie ik vanaf de vierde beweging komen in de samenscholing van niet geheel geschoolden. Jacks, spijkerbroeken, capuchons. Ze worden van het plein gestuurd door de oproermannen van de CRS. Eenmaal in de Rue de Charité (letterlijk de Straat der Liefdadigheid) begint de jeugd loodrecht onder mijn raam de bushokjes te slopen en te veranderen in plassen van glas. Hier is natuurlijk elke oprechte ideologie zoek. Dit is puur, klootzakkerig vandalisme. Met een microfoon boven het balkonnetje wordt het een mooie geluidsfoto van de ontsporing van het protest. Dat gaan ze horen, in het nieuws van 12 uur en dan zullen de luisteraars het ook zien, vanuit het verre Lyon!

Eigenlijk is het het enige echte harde nieuwsfeit van de dag, althans qua schade en geweld. In de loop van de middag daalt er een vreemde kalmte neer op en rond de Place Bellecour. Eerst loop ik naar de overzijde, waar de ordetroepen klaar zijn met de afsluiting van de toegang tot de Rue de la République, de brede winkelpromenade met de luxe shops en de theaters. Er staan twintig man over de volle breedte, gestoken in martiale uniforms, blauw, met kunststof scheenplaten. Ze hebben hun helmvizieren omhoog, de schilden en de knuppels losjes in de hand. Steeds kraakt het mobilofoonverkeer. Mijn persbadge maakt geen indruk. Ook ik moet omlopen voor een sandwich van de broodjesbar vijf meter achter dit cordon hermétique.

Zo kom ik daar te staan, ruim een uur, met zicht op de ruggen van de oproermilitie. Ze dragen nummers per sectie: 1a, 2a, 3a. Beleefd pareren ze de stekeligheden van de gewone mensen van Lyon die niet hun Rue de République in mogen. Nog geen twee meter achter de blokkade zit een man van het type stadszonderling. Hij heeft een tafeltje met een opstelling voor twee schaakborden opgezet, met stukken en al. De mensen worden door teksten op een kartonnen bord uitgenodigd om straatschaak te komen leren. Onder het krukje van de man is het een beestenboel van jonge poezen aan een lijntje, met bakjes kattenvoer en al. Weer zo’n merkwaardig contrast.

Ik interview een tweetal, een man en een vrouw uit Lyon. Het is lastig, dit gedoe, maar toch is het politieoptreden goed, vinden ze. Vreselijk, al die vernielingen van de dagen ervoor. De pensioenhervorming? Onafwendbaar, noodzakelijk. Sarkozy? Tja.

Tijd voor de verwerking van de opnamen. Terwijl ik daarmee bezig ga stijgt het lawaai onder mijn raam. Ik zie hoe de oproermacht de kluwen van demonstranten en straattuig vanaf de Bellecour in linies richting de Rhône begint te drijven. Ik zie wat stenen door de lucht vliegen, er klinken spreekkoren ‘Liberté! Liberté!’ Dat is alles. Het maakt geen sterke, echt bevlogen indruk op de schaal van Sorbonne’68.

Om vier uur is het echt allemaal over, eigenlijk, maar wel met een bizarre metamorfose van de Place Bellecour. Het is een niemandsland geworden, omgrensd door blauwe lijnen van aaneengesloten rijen politie. Midden in dat vacuum staat mijn Hotel Royal. De deur is op slot gedaan. Mevrouw van de receptie doet voor me open. De agenten laten me toe in hun leegte. Dat ga ik allemaal mooi vertellen aan Nederland. Tien minuten voor de uitzending krijg ik draadloze verbinding. Net als het Radio 1 Journaal begonnen is, vlak voor Lucella’s schakeling naar Frankrijk, houdt de Comrex ermee op. Met geen mogelijkheid komt een nieuwe verbinding tot stand, waarschijnlijk door verhoogd internetverkeer. Ook al heel vreemd om mee te maken, midden in de geladen stilte van de Place Bellecour.

Mijn column moet nog, voor de volgende ochtend. Ik heb genoeg inspiratie om dit tumult te verbinden met Keith Richards, wiens nieuwe biografie ik bij me heb. Een mijmering over Streetfighting Men. Onder het tikken drijft er een wolk traangas door het open raam. Het smaakt en ruikt smerig, maar het is extra mooie stof voor het verhaal.

DAG 3 Vrijdag 22-10

De situatie wordt alweer normaler op en rond Bellecour. De politie is minder nadrukkelijk aanwezig in de ochtend en er zijn veel minder jongeren. Vandaag beginnen de Vacances de Toussaint, zoals ze in Frankrijk de Herfstvakantie noemen. Mijn werkbezoek brengt me aan de andere kant van de Rhône, in de straten van de Universiteit. Leuke wijk, met allerlei barretjes, shops, een klassieke Librairie, tweedehandsboekwinkel.

Na enig rondneuzen zie ik een tweetal staan, een jonge vrouw en dito man. Het ideale koppel voor een genuanceerde analyse van de situatie onder de Franse jeugd die nu zo heftig in het nieuws is. Ze studeren allebei geschiedenis en aardrijkskunde, derdejaars zijn ze.

Hun relaas is ook alweer goed contrasterend. Ze zien ook al niet veel in de vergelijking met Mei ’68, op de vernielingen na, veroorzaakt door profiteurs van de gelegenheid. Ze zijn vóór de Reforme, omdat die noodzakelijk is, gelet op de financiële situatie van de natie. Bang voor hun toekomst zijn ze niet. Gewoon stug doorstuderen, dan kan je zelfs nog aan een gewilde baan komen. Dan is het niet erg om nog eens twee jaar extra te werken. 

Terug in de auto wissel ik het telefonisch uit met Roger Strijland in Parijs. ‘Het is wel een rechtse Universiteit in Lyon,’ zegt hij. Maar toch. Het is een ander geluid in jong, iets ouder Frankrijk.

Halverwege de middag heb ik de opnamen verwerkt. Tijd voor de routine: inspectie van de Bellecour-situatie. Er staan cohorten politiemensen op strategische hoeken, er loopt veel Lyonnais publiek over de diagonaal van het plein. Ik ga een bar op de hoek binnen, met witte politiebusjes voor de deur. Een stel mannen aan de toog kletsen er vrolijk op los. Dan gaat de telefoon.

‘Er wordt gevochten op het grote plein!’ zegt Yorinde, vanaf de redactie in Hilversum.
‘Niks gezien,’zeg ik.
‘Het komt van Frank Renout, uit Parijs, het is op alle Franse zenders!’ gaat Yorinde door, tamelijk opgewonden.
Mooi hoe een bericht uit Parijs via Hilversum in Lyon aankomt.
‘Ik ga wel kijken,’ zeg ik.
Ik kijk eerst naar de televisie in de bar. Franse verslaggever voor het Centraal Station van Lyon, Place Carnot. Dat is dus niet de Bellecour. De ongeregeldheden hebben zich weer eens verplaatst.

De Rue Victor Hugo is de lange straat naar de Place Carnot. Middenin wordt hij versperd door de politie. Ik neem een zijstraat, kom uit bij de Place Ampère en die is geheel bezet door de troepen. Nu doet mijn NOS-perspas wonderen. Ik kan doorlopen naar het groene stationsplein. Een man in de deuropening van de Bar Victor Hugo, café op de hoek zegt: ‘Het waren skinheads, rechts tuig!’

De situatie blijkt alweer gekalmeerd. Om 5 uur is het even heftig geweest in deze buurt. Het waren rechts-radicale jongeren die de confrontatie zochten met de relschoppers van de dagen ervoor. Het is echt mooi voor het rechtstreekse verslag via mijn mobiel dat net een nieuwe reeks loeiende politiebussen de bocht omkomt.

Bij het teruglopen neem ik een glas in de Bar des Antiques. Daar weten ze al te vertellen dat het afgesproken werk is geweest via het internet. Bij de verdere omzwerving door de lekkere oude wijk loop ik in een zijstraat Le Spleen binnen, een fijne, rommelige oude kroeg. Ik raak snel in gesprek met een flamboyante figuur met een uitbundige snor, dat wil zeggen: hij begint eerst een uitbundig betoog tegen mij.

‘Skinheads? Rechtsradikalen? Het waren de anti-casseurs. En die zijn nog erger dan de casseurs, meneer. U komt uit Holland? Mooi, daar ben ik met de fiets heen geweest. Wat een tijd, drie weken in een kraakpand!’
Bob voegt zich erbij, een van de vaste jongens, terwijl ik staar naar een foto van Leo Ferré, blijkbaar de held van de bareigenaar, zelf een mooi type met een ronde bril en een grijze baard.
Bob is cartoontekenaar en verbazend op de hoogte van de Nederlandse politiek.
Hij zegt: ‘Ah, die Wildèrs! En uw nieuwe premier, Marc Rúte! Ik ken ze allemaal en hun partijen. Alleen die ene, de jaren zestig. Een Piette…’
‘De Jong,’ zeg ik.
‘Juist, Piet de Jongue. Christelijk, toch?’

Even na negenen is er opnieuw telefoon uit Hilversum. Bericht dat de Parijse Senaat ruim voor de Reforme heeft gestemd.
‘Plausible,’ zegt Bob.
In Le Spleen worden ze van dit soort dingen niet melancholiek.

DAG 4 Zaterdag 23-10

Tijd om naar Nederland terug te keren. Het zal waarachtig wel loslopen op de A6 en de A1 vanaf Parijs. Het stond in de krant: langs de snelwegen is de situatie normaal. Heb ik toch een mooie reserve voor later achter in de kofferbak.

De ontbijtzaal is deze morgen volgepakt met oude Amerikanen. Een groep pensionado’s uit Philadelphia en omstreken. Lyon is de slotstad van een Winetrip langs de Rhône, vanaf Avignon. Die genoegens zijn allemaal ook gewoon doorgegaan. Ze hebben maar weinig meegekregen van de stakingen. Hun bus reed gewoon.

Ik leg meneer uit Philly uit dat protestacties bij Frankrijk horen als kaas en wijn.
Hij lacht en zegt: ‘Dat zei onze chauffeur ook: ‘C’est la France!

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie