DE TIJDEN De contrasten van Süskind en Weinreb
Walter Süskind was voor mij een grote onbekende totdat ik op afgelopen herfst op de Frankfurter Buchmesse de aankondiging zag van de verschijning van een boek en een film over zijn dubbelspel als collaborateur en Jodenredder. Intrigerende figuur. Donderdag ben ik naar de film gegaan, direct op de openingsavond. Een Duits-Nederlandse Oskar Schindler. Diens bestaan had ik leren kennen door Steven Spielberg. Rudolf van den Berg heeft over Süskind een niet minder indrukwekkende film gemaakt.
De uitbreng van Süskind ging toevallig samen met de publiciteit over opperrabbijn Aryeh Ralbag die medeondertekenaar is van een verklaring dat homoseksualiteit een ziekte is. Het is andermaal niet goed voor de joodse zaak, na de jongste berichten over de vrouwvijandige ultra-orthodoxen in Israel. Gelukkig zijn er tegenwoordig Süskinds genoeg om dit soort rabbiate rabbijnen duidelijk te maken hoe ziek ze zelf zijn.
In deze kwestie is de opdracht van toepassing die aan het eind van de film op het doek verschijnt: ‘Voor hen die vandaag worden vernederd en vervolgd.’
Universeel, tijdloos gegeven.
In de Hollandsche Schouwburg aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan is een permanente tentoonstelling over de Jodenvervolging te zien. Ter gelegenheid van de verschijning van de film is er nu ook een expositie over Süskind, met familiefoto’s en andere memorabilia. Er hoort een wandeling bij langs belangrijke punten uit de buurt, inclusief Süskinds woning. Daar houd ik van. Sprekende plekken. Er blijkt altijd meer te zijn dan wat bekend is uit onderwijs, Loe de Jong en andere boeken.
De film komt wat traag op gang. Het is onvermijdelijk, want Walter Süskind heeft als Grote Onbekende wel enige introductie nodig. Hij was een in Duitsland geboren Nederlander. In 1938 werd hij als jood ontslagen en week hij met zijn gezin uit naar Nederland. In de oorlog slaagt hij er via de Joodsche Raad in hoofd te worden van de Hollandsche Schouwburg, belast met de deportatie. In die functie werkt hij aan een dikke vriendschap met SS-er Ferdinand Aus der Fünten, waarbij zijn Duitse jaren goed van pas komen. Het is een dubbelrol waarin Süskind meewerkt aan het wegvoeren van tienduizenden joden, maar er ook een paar duizend weet te redden, kinderen en volwassenen. Bij het kijken wordt de stress voelbaar en de beklemming van de keuzes. Wie laat hij vertrekken, wie kan hij redden? Het moet in werkelijkheid nog vreselijker zijn geweest.
Van Van der Fünten had ik altijd begrepen dat het een standaard naziploert was. In de film wordt het een eenzame, alcoholische officier die verlangt naar de Heimat en zich in zijn gevoeligheid laat paaien door Süskind. Dat spel van manipulatie en schijnintimiteit is één van de fascinerende onderdelen van de film, tot de fatale ontmaskering.
Het verhaal van Walter Süskind deed me steeds meer denken aan Friedrich Weinreb. Vreemd genoeg is die vergelijking niet getrokken in alle aandacht voor de film. Volkomen onterecht, vooral vanwege de treffende contrasten. Ook Weinreb heeft een dubbelspel gespeeld, maar daarin belazerde hij joden en de Duitsers, zich voordoend als mensenredder – bedrog dat hij voortzette na de oorlog met de leugens in zijn boek Collaboratie en Verzet. Op zijn beurt won hij er de vriendschap mee van zijn redacteuren Aad Nuis en Renate Rubinstein, maar kreeg hij Willem Frederik Hermans tegen zich als ontmaskeraar. In het enorme rumoer van de Weinreb-affaire, nu veertig jaar geleden, viel nooit de naam van Walter Süskind. Althans, ik kan het me niet herinneren. Eigenlijk is het heel merkwaardig, na het zien van de film, in de wetenschap dat de kwestie Weinreb nog decennia lang goed was voor heftige polemiek.
Ate de Jong maakte in 1986 een film over de Weinreb: In de Schaduw van de Overwinning. Het werd geen succes. Donderdagavond was ik één van de vijf mensen die naar de film over de unieke Joodse verzetsman keken. Süskind verdient volle zalen.






Ja, geweldig die Sueskind. De joodse raad maakte het de duitsers gemakkelijker door de deportatie van joden te organiseren. En dan is voor God spelen natuurlijk heel prettig. We mogen hopen dat we nooit meer zo naief zijn, maar ik vrees dat er niets is veranderd. Je merkt het al aan de bewondering voor de crimineel Sueskind.
Wel eens gehoord van een film over de deportatie van zigeuners, psychiatrische patiënten, communisten enz in WOII?
Nee, ik ook niet…
Misschien is het tijd voor een iets origineler thema
Beste Hans, Treffende kritische kanttekening. In de film wordt Süskind vol in het gelaat gespuwd als hij uiteindelijk zelf in een transportwagon terecht komt. Natuurlijk rekenden zijn reisgenoten het hem aan. Vermoedelijk wisten ze niet hoeveel mensen hij inmiddels in veiligheid had geloodst. Dat moest geheim blijven.
Beste Marco, Ik weet niet precies hoeveel van de door jou genoemde mensen voorkomen in de vele deportatiefilms. Ze maken er in ieder geval onderdeel van uit. Over hun lot is ook heel veel geschreven.
Zo bewandelen we ieder ons weegs en klonteren hier en daar samen
Het kind nog steeds aldaar aanwezig, verschilllen we in heftigheid
Makkelijk is het niet te oordelen van waaruit duistere praktijken zich beramen
De ene na de andere mens geboren en ontwikkeld maar nooit en te nimmer helemaal voorbereid
Waar sta je als de wereld werkelijk over haar kop gaat in een alles overheersende ramspoed
Sta je onder schot, ben je degene die richt, duik je onder, duik je er bovenop
Daar waar de nood hoog is, is de proef intens, de lijn is dun tussen kwaad en goed
Dreiging alom, overlevingsdrang druipt als dikke stroop, wie kost het de kop
Menselijke levengevers, kleine goden zijn we, leven waar bizar veel om draait
Vreugde kennen we, de dood is onze eeuwige verrasser, in oorlogstijd neemt zij gretig en graag
De karakters die we dan vervullen zijn voor een ieder weggelegd, zijn in ontwikkeling, het leed is gezaaid
De lagen van ons bestaan zijn dan in alle hevigheid aanwezig, het is er op of eronder, het is een bloedstollende hinderlaag
Geachte heer Wielaert,
Het doet mij als oorlogsonderzoeker deugd om in een beschouwing over Walter Süskind ook weer eens de naam van Friedrich Weinreb tegen te komen. Als het om het redden van ettelijke vervolgde joden gaat dringt de vergelijking zich inderdaad op. En mede omdat het dezer dagen International Holocaust Remembrance Day is lijkt het mij wenselijk om daar nog een tweetal historische feitelijkheden aan toe te voegen.
1
Wat de omvang van Weinrebs hulp aan medevervolgden betreft: In de NIOD-archieven bevinden zich alleen al 132 positieve getuigenissen over zijn reddingswerk in de oorlog, met de concrete namen van meer dan honderd personen die door zijn hulp en zijn éénmansactie tegen SD en SS de vervolgingen hebben overleefd. Met naam en toenaam.
Meer dan honderd geredden: wie zegt hem dat na? (Van deze 132 getuigenissen staan er in het officiële Weinreb-rapport overigens slechts 41 vermeld, minder dan een derde: de overige 91 zijn in dat Rapport eenvoudig weggelaten.)
2
Uiterlijk sinds het verschijnen van het Weinreb-rapport en aangewakkerd door de bijval van literator W.F. Hermans gaat het hardnekkige gerucht dat de heer Weinreb door diezelfde heer Hermans “ontmaskerd” zou zijn. Ook in deze blog is daar sprake van. Dit is echter aantoonbaar onjuist.
W.F. Hermans redeneert – in navolging van het rapport – als volgt: het verhaal van Weinreb is één en al leugen. De opeenvolging van gebeurtenissen in dat verhaal begint al met een leugen en dus moet het vervolg ook wel onwaar zijn. Immers: volgens Weinreb begon zijn actie met het helpen van Isidore Henri Stiel, een joodse werkloze uit zijn bekendenkring. In maart 1942. En wat zou er (volgens het rapport) nu vast zijn komen te staan: Deze heer Stiel was helemaal niet werkloos, want hij werkte (volgens een getuigenverklaring) in die tijd nog ‘gewoon’ bij de firma Wang, in Scheveningen, een houtimporteur. Dus niks werkloos. Weinreb liegt. Hij is van den beginne een leugenaar. Aldus het rapport. En aldus Willem Frederik Hermans.
Nader onderzoek echter leert dat hier sprake is van een ernstige dwaling. Uit het archief namelijk van Omnia Treuhand (een Duitse rooforganisatie), berustend bij het NIOD, blijkt onomstotelijk dat de firma Wang reeds op 20 oktober 1940 (!) door de Duitse bezetter is geliquideerd. Bijna anderhalf jaar voordat de heer Stiel bij Weinreb aanklopte voor hulp. Ook dit harde feit is in het Weinreb-rapport niet terug te vinden.
Nu bewijst dit enkele feit op zichzelf nog niet de waarheid van de rest van Weinrebs verhaal, maar wel dat Weinreb door het geweld van het rapport en de retoriek van de aanhangers daarvan op historisch gezien onhoudbare argumenten tot een aartsleugenaar en -misdadiger is uitgeroepen. Al de door hem geredde personen ten spijt.
Dit moge een detail lijken, maar voor de waarheid in de zaak Weinreb heeft het zeer verstrekkende gevolgen. Een dit voorjaar bij Uitgeverij Aspekt te verschijnen boek zal hier nader licht op werpen. Dus het devies kan luiden: Film- en documentairemakers van Nederland, opgelet!!
Beste Henk,
Erg interessante reactie. Inderdaad, wat een contrasten toch tussen leugens, waarheden en interpretaties over en weer.
Ik ben erg benieuwd naar dat boek.
Inderdaad:een interessante reactie van de heer Duerink!
Ook ik ben benieuwd naar dat boek.
Maar over de driehoek van der Leeuw,Hermans en Bep Turksma valt ook het nodige op te merken.
Om met haar te beginnen:
in haar boek ‘vraag me niet waarom’ schrijft ze over haar arrestatie dat zij gearresteerd werd door een duitser,althans:hij sprak duits.
In het Weinreb rapport staat op pag.123 de bevestiging daarvan in haar verklaring.
Op pagina 124 is dat plots een nederlandse agent,die haar naar een nederlands politiebureau brengt.
Zij stond op de Weinreblijst,zodat zij in Westerbork kon blijven,in plaats van als strafgeval op de eerstvolgende dinsdag op de trein naar Ausschwitz gezet te worden.
Bevestiging daarvan óók linksboven pag.123 W-rapport.
Zij heeft bij haar verhoor bij de SD de naam ‘Coen de Vries’ genoemd,die haar op de W-lijst ingeschreven had,die vervolgens meteen opgehaald werd en verwees naar Weinreb,die metéén mee opgehaald werd:W-rapport pag.120 “C de V al in de auto”…
Geconfronteerd met de stevig toegetakelde Coen de Vries komt zij in haar verklaring op W-rapport pag.123 ineens met een verhaal dat zij hém aan een valse pas zou hebben geholpen…
Een confrontatie met Weireb heeft kennelijk niet plaatsgevonden.
Of zij liegt,óf van der Leeuw was wat slordig bij de geschiedsvervalsingen en suggesties op deze pagina’s!
Dan de relatie tussen van der Leeuw en Hermans.
In ėėn van zijn novelles publiceerde hermans een oorlogs-studentenfoto -zelfontspanner- van hemzelf met een bloedmooie vrouw in gala-uitgaanstenue.
Van der Leeuw herkénde die vrouw,en er ontstond een zeer prettig contact.
Die vrouw was de dochter van prof. Polak,hoogleraar in Groningen in van der Leeuws studietijd,en lid van van der Leeuws studentencorps.
Ook bezocht van der Leeuw een aantal malen de door prof. Polak thuis gegeven culturele soireé’s,waar beiden begeleid op de vleugel oa Schubert liederen vertolkten.
Zij was na de UVG-uitsluiting van haarzelf en haar vader in 1942 ondergedoken in Amsterdam,waar zij kennelijk de toen nog charmante Hermans ontmoet heeft…
Als dank voor de scheldpartijen tegen Weinreb heeft van der Leeuw hem een blamerend ontslag bij de UVG bespaard door hem een riante oorlogsuitkering te bezorgen(nb gebaseerd op een hóógleraar-salaris!),waardoor Hermans voor de rest van zijn leven als ‘God in Frankrijk’ in Parijs en Brussel kon vertoeven….
Geen wonder dat men bij het R/NIOD zijn vingers niet wilde branden,en van der Leeuw zijn éigen oorlogsverleden liet onderzoeken,wat resulteerde in een verslag van een paar a4-tjes….
Jammer dat Henk Hofland na één keer “tegels lichten”, de rest van het plein voor gezien hield!
Ps:in het ”Veritas corpsverslag’ van de 2e WO vindt men één regeltje:
“Mej. Polak is niet uit de oorlog teruggekeerd”….
Beste John, De film over Suskind heeft inmiddels de gouden status bereikt. Uw observaties inzake Weinreb lezen als een treffend onderdeel voor een Scenario van een Definitieve Film die nog gemaakt moet worden. Een verhaal dat in de oorlog begint, met een fascinerend naoorlogs vervolg, vol dubbele bodems tot in de hoogste kringen.