Oerol: goed voor positief fondsadvies

Als het festival voorbij is komt voor Oerol nog een spannende Haagse locatievoorstelling. De burelen van het Fonds Podiumkunsten vormen in augustus het decor van het strikt zakelijke slotstuk van de besluitvorming over subsidie die op Terschelling zelf met het theaterbezoek van fondscommissieleden een heel eigen spanningsboog kreeg. Ze moeten hetzelfde hebben beleefd als de meer dan 40.000 bezoekers tot nu toe: een groot, wisselend aanbod aan cultuuruitingen, met grote hartstocht om het festival met onverminderde dynamiek te laten doorgaan in lengte van jaren. Een ondersteuning van in totaal drie ton is daarbij heel welkom als stimulans om groots en meeslepend te leven, te dineren met André en als padvinder rond te dolen bij Formerum, waarna de Shit de Fan raakt.


Oerol biedt weer veel nieuws, maar net als alle voorgaande jaren is er ook een groot verschil in kwaliteit. Dat hoort zo, het maakt onderdeel uit van het experiment, het avontuur en de identiteit van het festival, geheel naar één van de betekenissen van de naam: rommelig. Louter excellent is het niet, maar ook niet één en al half geslaagd, of totaal mislukt. De ene voorstelling kan meer vreugde brengen dan de ander – ook een zaak van eigen voorkeuren. Daarin voert niet één wind het woord, gelet op het thema van 2012, maar een draaitol van artistieke windrichtingen, met sterk variërende krachten.
My Dinner with André wordt op Oost opgediend door Jacqueline Boot en Johanna ter Steege, geregisseerd door Karina Kroft. Het is gebaseerd op de oude cultfilm van Louis Malle. De Wierschuur doet als locatie niet ter zake. Met twee stoelen en een tafel  is het niet meer dan de suggestie van een restaurant waarin twee theatervrouwen uitvoerig met elkaar reflecteren over theater en hun rollen in verschillende stukken en het leven zelf, met grote contrasten in absurditeit en banaliteit. Ter Steege vertolkt een regisseuse die de hele wereld over zwerft in wat tegelijk een vlucht en een zoektocht is. Alleen in het theater vindt ze een bestaan, met groot onvermogen om echt te leven. Haar verhaal is een wervelwind aan theatrale en esoterische belevingen, werpt vragen op over leven buiten de werkelijkheid. Jacqueline Boot brengt pure nuchterheid aan in al die gezwollen zweverigheid. Het geeft iets van opluchting in een zwaar, goed geacteerd stuk.

Leven op Oerol, dat is waaien van de ene werkelijkheid naar de andere. In het West-End Theater speelt Steven de Jong namens de Firma Rieks Swarte met Groots en meeslepend wil ik leven een meesterlijke voorstelling over dramatische ontwikkelingen in het keizerlijke hof van Wenen, begin vorige eeuw. De Jong baseerde zich bij het schrijven op ouderwetse operette. Met een grote kartonnen doos vol dubbele bodems en wanden verandert hij op minder dan 10 vierkante meter een oud herenhuis in een Weens café, een balzaal en een park. Hij acteert met charmante flair en subtiele mimiek, zijn zang is hoog en zuiver. De Firma heeft met De Jong een groot talent in huis. Het is een voorstelling om blij van te worden en niet alleen op Oerol. Er zijn al aanbiedingen voor reprises op de wal. Beslist gaan zien!

De Jongens uit Groningen willen ook graag naar het vaste land, maar hun nieuwe voorstelling Aap-Nood-Boem is duidelijk nog niet klaar. Het is een spektakelstuk over de evolutie op een cirkelvormig podium met twee tegendraads draaiende schijven. Andermaal goed voor visueel Jongens-spektakel, maar de voorstelling is een onsamenhangend geheel van fragmenten, doet nog hoogst experimenteel aan.  Ze geven het zelf toe: ze moeten hun ware draai nog vinden.

Anders is het met Padvinders! – stuk van Beumer & Drost, vertrouwd gezelschap op Oerol.  Het moest er een keer van komen, een voorstelling met een akela en een hopman. Het was een oude wens van Drost en hij had de boslocaties voor het uitzoeken. Met Manon Nieuweboer vormt hij de kampleiding. Nadat ze de padvinders in hun tenten te slapen hebben gelegd wordt het geen moment rustig. Er gebeuren allerlei enge dingen in het bos dat heel spannend wordt uitgelicht. Natuurlijk broeit er iets tussen de akela en de hopman en dat leidt tot geestige dialogen. Dan dient de ondergang van het bos zich aan…

Uitzichtloosheid is het thema van When the Shit hits the Fan van de Young Gangsters. Ze hebben op het troosteloze industrieterrein West de ideale locatie gevonden voor het verhaal over het armoedige leven in het Amerikaanse trailerpark Sunny Side Up. Het is de zelfkant van de Amerikaanse droom, waarin Jesko, Buck, Hank en Donny elkaar het leven extra zuur maken. Hard, fysiek en plastisch spektakel is het, met veel rondvliegende stront, worst en bloed.  Smakelijk onsmakelijk theater.  Het stuk is niet exclusief geproduceerd voor Oerol, en komt nog naar Over het IJ, de Karavaan en de Parade. De groep van Lotte Bos en Annechien de Vocht heeft zijn oorsprong in het Maastrichter Huis van Bourgondië.  Ze maakten het stuk vóór de bezuinigingsgolf die dergelijke productiehuizen heeft getroffen. Het is een voorbeeld van een stel jonge theatermakers dat juist veel toekomst in zich heeft.

Het is op Terschelling met nog een festivalweekend te gaan iets minder druk dan tijdens de vorige edities. Dat maakt het ook wel weer aangenamer. Aan de kwaliteit van het aanbod op Oerol ligt het niet. Het is ruim voldoende voor een positief advies aan het Fonds.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


3 reacties op “Oerol: goed voor positief fondsadvies”

  1. Jeroen, ik zette de radio op 2 zaterdagochtend, Cappuccino, van Oerol tot Tourol, je vertelde over een wielrenner die als koerier fungeerde tijdens WO 2. Onder het mom van trainingsritten vervoerde hij in zijn zadel belangrijke documenten en fungeerde hij als een soort van razzia-afleider op stations, was dat Giovanni Valetti ? Zulke verhalen zijn intrigerend, ook wel apart om op een bepaalde manier neer te zetten op bijvoorbeeld zoiets als een festival als Oerol.

  2. Jeroen Wielaert zegt: 24-06-12 om 15:42

    Hey Anouk, Blijkbaar viel je midden in het gesprek, want ik opende met het verhaal dat twee jaar geleden op Oerol een stuk werd gespeeld over Fausto Coppi en Gino Bartali. Die laatste was het…

  3. Ja, ik volgde het niet van het begin, kon het ook niet vinden op “gemist”, maar dat ligt misschien aan mij en dat ik haast had. In ieder geval bedankt voor de info. Vriendelijke groet.

Geef een reactie