Het Meisje en de Dood, beste van Stelling
Een oude man komt na een treinreis aan bij een vervallen kasteel. Nog één keer gaat hij op zoek naar zijn oude liefde. In het bos stuit hij op de verweerde grafsteen met haar naam: Elise. In de kamer op de eerste verdieping ziet hij haar piano weer staan en legt er de bundel neer met de gedichten van Poesjkin die hij haar ooit schonk. Naast haar in bed had hij die regels gefluisterd: ‘geen leven, geen liefde, geen jou.’ En zij had hem geantwoord over de puurheid van schoonheid. Natuurlijk is alles vergankelijk – het blijvende gegeven van Het Meisje en de Dood, de nieuwe film van Jos Stelling. Hij deelt tijdens het Filmfestival in Utrecht mee aan de competitie voor de Gouden Kalveren.
Jos Stelling (Utrecht, 1945) is onmiskenbaar Nederlands meest buitenissige filmer. Vanaf het eerste begin (Mariken van Nieumeghen, 1974) heeft hij films gemaakt buiten de gangbare trends. In de jaren zeventig gaven Paul Verhoeven, Wim Verstappen en Pim de la Parra de toon aan. In Utrecht werkte Jos Stelling aan zijn eigen films en daarbij sprak hij altijd graag over Cinema. Om pure liefde voor film ging het en dat wilde hij graag delen met andere filmmakers. Dat leidde tot de oprichting van de Utrechtse Filmdagen, nu het Nederlands Film Festival.
De films van eigen bodem van een paar decennia geleden gingen veelvuldig mank aan eindeloze, houterig geacteerde, dan wel slecht gesynchroniseerde dialogen. Uit die tijd dateert de onderverdeling tussen ‘Cinema’ en de ‘Nederlandse Film’. Wie er bij wilde horen sprak louter lovend over Fellini, Bertolucci, Ferreri, Coppola en Scorsese. Het was iets wat Stelling diep stak, in grote bewondering voor dat soort regisseurs. Nóg haalde hij hun niveau niet, lang niet, maar met de jaren groeide hij wel, net als de vaderlandse film. Stelling kreeg langzaamaan meer waardering in het buitenland dan in Nederland zelf, met allerlei prijzen en onderscheidingen. Duska, zijn film uit 2007 werd hier matig ontvangen, maar des te beter begrepen in de landen ten oosten van Berlijn. Dat alles droeg verder bij tot zijn unieke filmstijl en dat leverde met Nederlandse, Duitse en Russische fondsen uiteindelijk zijn beste film tot nu op: Het Meisje en de Dood.
Het is allemaal hoog-On-Nederlands. Denk niet aan een vaderlandse snelweg, gracht, vinexhuis, bosrand, viadukt vol graffiti, of een oude loods. Stelling draaide vrijwel alles in en om het Schloβ Tannenfeld in de Duitse provincie Thüringen, niet ver van de stad Gera. Hij koos niet voor Halina Reijn, Carice van Houten en ook niet voor Jeroen Willems. Sylvia Hoeks is de enige Nederlandse hoofdrolspeelster in een verder volledig buitenlandse bezetting, met een heel klein, ouderwets zwijgend bijrolletje voor Jim van der Woude. De klassieke pianomuziek is gecomponeerd door Frédéric Chopin, Charles Gounod en Erik Satie en werkt sterk mee bij de reis terug naar de belle époque, de tijd aan het eind van de negentiende eeuw.
Stelling schreef samen met Bert Rijkelijkhuizen het verhaal van Nicolai (gespeeld door Leonid Bichevin), een Russische student medicijnen die onderweg van Moskou naar Parijs gaat overnachten in een hotel in Duitsland. Schuchter als hij is krijgt hij niet direct door dat het ook een luxe bordeel is. Hij valt volledig voor de beeldschone Elise (Sylvia Hoeks). In zijn toenadering wordt hij begeleid door de luxe Russische hoer Nina (Renata Litvinova). Dan blijkt dat Elise niet alleen het liefje, maar ook het eigendom is van de hotelbaas, een schatrijke Graaf (Dieter Hallervorden). Als Nicolai toch voor haar deur komt te staan durft hij niet binnen te gaan, maar bij haar is inmiddels wel een gevoel gerezen wat ze daarvoor niet kende. Dan volgt een hele reeks aangrijpende wendingen en verrassingen, tot de dood erop volgt.
In de filmtaal van Stelling gaat het andermaal niet ten eerste om de dialoog. Hij laat het liever vertellen door cameraman Goert Giltay en dat levert opnieuw prachtige beelden op, met veel aandacht voor detail, zoals de oogopslag van Hoeks. Gaandeweg wordt wel erg vaak broeierig, smartelijk en betekenisvol in de camera gekeken.
‘Het leven is één groot afscheid,’ stamelt Elise, als de liefde definitief kapot gaat. De film mag daarentegen rekenen op een goede ontvangst, zélfs in Nederland, om te beginnen met een onvergankelijk Gouden Kalf.






In de roos Jeroen !
tof goert