De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Een Gids voor de Groote Oorlog

In de zomer van 2000 vond ik een bijzonder oorlogsboek. Het lag in een boekenstalletje op een zondagse rommelmarkt in Sartène op Corsica. Het was een heel gedetailleerde reisgids naar de slagvelden uit de eerste wereldoorlog, compleet met overzichtskaarten, gevouwen in mapjes aan de binnenkant van de boekomslagen. Hij heet Circuits des Champs de Bataille de France, een uitgave uit 1920, nog geen twee jaar na het einde van de la Grande Guerre, 11 november 1918. Het oorlogstoerisme was in die tijd direct op gang gekomen. Er was markt voor de interesse naar de gruwelvelden. Anno 2013 is dat niet afgenomen. In Nederland gaat het om een onophoudelijke inhaalslag die zo’n twee decennia geleden is begonnen. Het jaar 2014 is bij ons al losgebarsten met een publiciteitsgolf over de herinnering aan de Groote Oorlog, zoals hij bij ons genoemd werd, zeven maanden voor de daadwerkelijke begindatum, 28 juli 1914.

In Sartène heb ik die zomer van 2000 lang stilgestaan voor het monument van de gevallenen uit ’14-’18. Het was een forse lijst met Franse voornamen en Italiaanse achternamen – zo is het met de Corsicaanse stambomen gegaan in een opeenvolging van vreemde overheersingen.  De Corsicanen stonden bekend als ruige vechtersbazen. Daarom werden ze in 1914 al snel van het eiland afgehaald en de loopgraven in gestuurd. Meer dan 10.000 eilanders werden kapot geschoten in de loopgraven van een vaderland waar ze bar weinig binding mee hadden. Er waren vijf Paganelli’s uit Sartène bij. De meest bekende zoon van het eiland, Napoleon Bonaparte,  beleefde een eeuw voor de gruweloorlog zijn Waterloo. Als de arrogante bevelhebber die hij was zou ook hij zijn vastgelopen in het loopgraveninferno aan de Franse noordgrens.

Van Corsica nam ik voor een klein bedrag dat bijzondere gidsje mee. Al een paar jaar was ik lid van een aardig kwartet oorlogsreizigers. Eén van hen was mijn oude studievriend Paul van Hal die al veel langer gefascineerd was door de eerste wereldoorlog. Het was begonnen op vakanties met zijn ouders, het had hem niet meer los gelaten. Ik had iets dergelijks met Normandië, vanwege D-Day, de Invasie van 6 juni 1944. Maar dat was de twééde wereldoorlog, daar wisten we meer van, in Nederland, veel meer dan de eerste.

UITHOLLINGEN

Paul reed in de vroege jaren negentig een keer met me mee in de wielerklassieker Gent-Wevelgem. Hij wees me als een volleerde gids op vreemde, grote uithollingen in weilanden: inmiddels dicht gegroeide bomkraters. En vertelde over merkwaardige lage huisjes: de naoorlogse noodwoningen uit Scandinavië die nog immer in gebruik waren, sinds hun bouw, vlak na 1918. Later begreep ik dat de uit de wedstrijd befaamde Kemmelberg in de loop van ’14-’18 door de aanhoudende beschietingen twee meter lager is geworden.

Begin vorig jaar verscheen de roman Het Geheim van Treurwegen van Guus Bauer. Als Nederlander had hij zich vastgebeten in een gegeven dat deels familiegeschiedenis was: het elektrische hek dat tussen 1914 en 1918 de vlucht uit België naar het neutrale Nederland moest voorkomen. Op de reportage over het boek kwamen we terecht in Ieper. Het was voor het eerst dat Bauer de Britse oorlogsgraven aanschouwde. Hij had over de slagen geschreven op basis van historische gegevens, met de kracht van zijn verbeelding. We bezochten het geheel gemoderniseerde oorlogsmuseum in de perfect herstelde lakenhal van Ieper. Ze verheugen zich daar over stijgende bezoekcijfers. Vooral uit Nederland.

Er is veel meer te zien dan in en om Ieper. Zelf ben ik diep onder de indruk geraakt van het museum in Péronne, niet ver van Amiens, vlak bij de Somme, de rivier die naamgever werd van een van de vreselijkste veldslagen aller tijden. Dichter bij huis staat in Doorn nog altijd het toevluchtsoord van de Duitse keizer die verloor. Nederland deed niet mee, maar gaf Wilhelm wel een schuilplaats. Het fungeert nu als Nederlands museum over de Eerste Wereldoorlog. Buiten de Utrechtse gemeente is er nog genoeg te ontdekken over de strijd die aan het vaderland voorbijging. Zonder massaal bloedvergieten heeft de eerste wereldoorlog ook boven de grens bij Wuustwezel danig huis gehouden. Ik ga er in 2014 graag voor op reportagereis, al is het zonder goede Nederlandse gids.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


4 reacties op “Een Gids voor de Groote Oorlog”

  1. Hans Raeijmaekers zegt: 11-02-14 om 19:48

    Zonder goede Nederlandse gids? Wat te denken van ‘Velden van weleer’ van Kees en Chrisje Brands. De beste Nederlandse gids!

  2. Jeroen Wielaert zegt: 11-02-14 om 23:32

    Zeker Hans, die Velden heb ik in verschillende edities. Maar het gaat mij om een gids over Néderland in de eerste wereldoorlog. Een land zonder helse loopgraven, maar met vindplaatsen genoeg…

  3. Hans Raeijmaekers zegt: 14-03-14 om 16:27

    Zo’n boekje bestaat ook: Tastbare Herinneringen, uitgebracht door de WFA Nederland.

  4. Jeroen Wielaert zegt: 14-03-14 om 16:55

    Kende ik niet, Hans. Heel interessant!

Geef een reactie