Het Boschhuis, kroniek van goed en kwaad

Tientallen keren ben ik op mijn racefiets langs het monumentje in het bos boven op de heuvel gereden op mijn tochten van Utrecht naar Veenendaal. Het was in mijn studententijd, de tweede helft van de jaren zeventig. Eén van de eerste keren ben ik nog gestopt, heb ik de namen op de steen onder het kruis gelezen. Het is dik drie decennia later dat ik het ware verhaal lees van de verzetsmannen en hun executie. Het is de climax van Het Boschhuis, de indringende familiekroniek van Journaalverslaggeefster Pauline Broekema, met een tragische hoofdrol voor Pieter ter Beek, de oom die ze nooit heeft gekend.


Familiefoto’s, de vertrekken van het ouderlijk huis, de woning van opa en oma, omfloerste gesprekken over vroegere familieleden. Iedereen krijgt dergelijke facetten mee bij het opgroeien en langzaam vervagen ze bij het voorbijgaan van een jeugd. Totdat ze in een ver gevorderd volwassen leven weer opduiken en het lang verborgen verhaal uitdaagt tot dieper, uitputtend onderzoek. Dat is wat Pauline Broekema in een zoektocht van ruim acht jaar heeft gedaan en verwerkt tot een aangrijpende familiegeschiedenis. Een verhaal vol liefde en tragiek, geschreven met intense warmte. Pagina na pagina (meer dan 400) is het voelbaar bij het lezen. Het neemt je mee als een roman, waarbij je soms vergeet dat het allemaal op ware feiten berust. Totdat ik zelf dacht: ‘Dit verzint niemand, in al die lagen.’

Het speuren bracht Broekema tot in Sumatra, naar de plek van de voormalige tabaksplantage van overgrootvader Frans Jan ter Beek. Hij had op de velden bij Amerongen en Elst de beginselen van het tabak-vak geleerd en in de oude kolonie een omvangrijk eigen bedrijf opgezet. De gebouwen in Deli verrezen naar het ontwerp van de tabak-kwekerij aan de Utrechtse Nederrijn. De oude Ter Beek hield er een Chinese concubine op na. Broekema gaf haar een naam, een gezicht en een zoon, zoals ze uitlegt in haar Proloog. In Nederland haalde hij zijn echtgenote, de nog heel jonge Jannetje Post, een kordate, eigenzinnige boerendochter uit Muiderberg. Ze kon niet aarden in Deli, maar maakte er het hare van. Met een ernstig zieke Frans Jan keerde ze terug naar Nederland. Hij herstelde redelijk. Ze kregen hun eigen kinderen.

Broekema beschrijft het allemaal met de fotografische precisie die haar als televisiemaakster eigen is. Hier en daar is het wat al te gedetailleerd, staat het de voortgang in de weg. De verteltoon is onderkoeld, zonder oordelen. Door de beschrijvingen krijgen de opa’s en de oma’s, oom, oudoom, moeder, alle anderen hun eigen gevoelswaarde. Zo krachtig als Jannetje is, zo slap is haar zoon Julius. Deze Juul wordt directeur van een grote fabriek in zilverwerk in het midden des land. Daarnaast ontwikkelt hij zich tot een uiterst vrome kwezel en preker-dwingeland. Van grote betekenis is de ontmoeting met de christen-anarchist Kees Boeke, grondlegger van een alternatief, later aanbeden onderwijssysteem, met Bilthoven als basis. Daar bouwden ze de beroemde Werkplaats. Wat in de familie Ter Beek ontbreekt is een heuse slechterik, maar met dat slag krijgen ze in en om hun Bilthovense Boschhuis in de tweede wereldoorlog ruimschoots te maken.

Met de uiteenlopende keuzes van Pieter en zijn oom Hendrik kreeg Broekema de stof aangeleverd om te schrijven over de zware keuzes van de bezetting: collaboratie, lijdzaam toezien, of het verzet. Hendrik meldde zich als veearts aan bij de NSB. Met het gezag van zijn beroep en het lidmaatschap van de gehate beweging kan hij een dubbelrol spelen in de hulp aan joden en onderduikers, maar moet dat na de oorlog wel allemaal aan de rechter verklaren. Pieter had geen bijzondere aanleg voor welk beroep dan ook, maar ontwikkelt zich tot een zware verzetsman. Een mislukte aanslag op de spoorlijn Utrecht-Amersfoort wordt hem fataal.
Hier komt het verhaal voor mij heel dichtbij. Als inwoner van Utrecht ken ik de gevangenis aan het Wolvenplein en het pand Maliebaan 74, het toenmalige hoofdkwartier van de SD, de Sicherheitsdienst. Op basis van de documenten en naoorlogse verhoren verhaalt Broekema hoofdstuk na hoofdstuk over de ploertenpraktijken van Nederlandse bewakers en Duitse ondervragers. Dan grijpt het naar de keel.

Met het schrijven wilde Broekema haar moeder Joke terugkrijgen die ze verloor aan de ziekte van alzheimer. Joke staat op de omslag van Het Boschhuis. Ze leefde met de stelregel ‘Neem overal kennis van en behoud het goede.’ Dat heeft haar dochter gedaan met deze familiekroniek, óók in het oproepen van alle kwaad.
Toen ik het boek uit had ben ik naar Veenendaal gereden, mijn geboorteplaats. Ik was nu de kennis rijker dat in het oude sigarenstadje een grote Duitse troepenconcentratie had plaats gehad aan het eind van de bezetting.
Ik ben de heuvel opgereden, even voorbij het voormalige restaurant La Montagne. Die weg fietste ik als jongen ook vaak op weg naar de padvinderij en het naburige Bergbad, nu een camping.
Voor het eerst sta ik weer stil bij het kruis met de steen, realiseer me dat ze hier dus met zijn zessen voor de lopen stonden. Hier was een Duitse soldaat neergeschoten. Het was een represaille.

‘Leve de Koningin!’ moet Pieter nog geroepen hebben, op 20 november 1944.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


1 reactie op “Het Boschhuis, kroniek van goed en kwaad”

  1. Op de website http://www.hetkruisopdeberg.nl zijn hun foto’s ook te zien.

Geef een reactie