De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Het is stil hier, in cabine nummer twee

We begroeten elkaar elk jaar als oude vrienden. Op zijn Spaans, met een warme omhelzing. Hola amigo. Hoe is het? Gaat alles goed met de kinderen? Komt je vrouw nog een dagje kijken bij de Tour?

Zo’n eerste dag in de Tour de France doet me terugdenken aan de eindeloos lijkende zomervakanties van mijn jeugdjaren. Met mijn ouders en zusjes naar de camping in Spanje. Twee dagen afzien in de snikhete auto, bij aankomst gecompenseerd door de hartelijke begroeting van onze Spaanse vrienden en hun kroost. Hapjes en drankjes op tafel. Alsof we na elf maanden weer thuis kwamen.

Zo voelt het onderweg naar de finish in Bastia ook weer.

Kabaal voor tien

De commentaarcabine op de streep is mijn tweede woning, net zo vertrouwd als die camping vroeger. Lekker goedkoop ook, want de baas betaalt. Dik drie weken lang breng ik er een uur of zeven per dag door. Soms meer. Zaterdagochtend tussen tien en elf beklim ik met frisse moed de twee steile trappen naar de wachttoren die ik nu al een jaar of vier deel met mijn radiocollega’s uit Spanje. Ze werken voor drie verschillende zenders, publiek en commercieel broederlijk naast elkaar. Ze maken kabaal voor tien.

Mijn vaste buurman is een fenomeen. Een stille, bescheiden jongeman die het grootste deel van de middag zwijgend naar de monitor staart. Soms legt hij het moede hoofd op tafel en doet hij een powernap, een hazenslaapje. Rond een uur of drie komt hij voor het eerst in actie. Als een mitrailleur, vanuit het niets, knalt hij zijn woorden in een microfoon die hij vlak bij zijn lippen houdt. Staccato, met een ongelooflijk hoog tempo en een ongelooflijk hoog volume. Ik schrik er nog altijd van.

Theo Koomens

Bij de anderen gaat het geluid pas op straaljagerniveau als de finish nadert. Tussen vijf en zes. Als Mark Cavendish en de andere sprinters richting de streep worden gemanoeuvreerd door hun ploeggenoten, schreeuwen de Theo Koomens van de Spaanse radio kop over kop hun informatie naar de luisteraars. Er is meestal geen touw aan vast te knopen, zo rap zijn ze van tong.

Ze vinden mij maar een stille, geloof het of niet.

Slechts eenmaal, twee jaar geleden alweer, schijn ik ze te hebben overdonderd. Lars Boom was in de aanval in de laatste vijf kilometer van een etappe, in de stromende regen. Ik liet me meeslepen. Zouden we na Pieter Weening in 2005 eindelijk weer eens een Nederlandse dagwinnaar kunnen begroeten?
Ik ging staan. Probeerde met grote armgebaren mijn woorden kracht bij te zetten. Boom werd ingelopen, en uitgeput zeeg ik neer op mijn klapstoeltje om de eindsprint iets ingetogener dan normaal te verslaan. Lichtelijk teleurgesteld. Er klonk applaus.

Stille Hollander

Mijn Spaanse collega’s waren overeind gekomen. Ze klapten in mijn richting. Er ging een duim omhoog. Nu ben je één van ons, sprak mijn buurman. Een collega van hem vond het zelfs nodig om een foto met bijschrift van mij op de website van zijn omroep te plaatsen. De stille Hollander die ontwaakte, had hij erbij gezet.

Ze moesten eens weten, daar in Spanje.

Na de voorbije dopingwinter hebben we bij de NOS flink gediscussieerd over de toon die we als commentatoren tijdens de koers aanslaan. Moet het rustiger? Moet het beschouwender? Kritischer, afstandelijker?

Dat is een moeilijk verhaal, omdat iedere commentator een eigen stijl heeft. De één is nu eenmaal enthousiaster dan de ander. Sommigen houden ervan om nauwgezet de omgeving te beschrijven en anderen praten tijdens een etappe het liefst over wat er bij renners in het hoofd omgaat. Op tv geven ze urenlang duiding bij de plaatjes die in de regel voor zich spreken, terwijl het mannetje van de radio als een cameraman de beelden in en rond het peloton schildert. Probeer al die stijlen maar eens onder de noemer gepast commentaar te vatten.

Op weg naar Bastia neem ik me voor om mijn buren toch eens te vragen hoe zij dat doen, daar in Spanje. Of zij de afgelopen maanden ook in retraite zijn gegaan om hun ‘tone of voice’ te analyseren? Of het bij hun misschien ook een beetje anders moet, na al die onthullingen?

Ik denk dat ik het antwoord al weet. Ik hoef straks alleen maar te luisteren naar het verbale geweld naast me. Radio Lawaaipapegaai op zijn best. Miljoenen luisteraars van Barcelona tot Madrid, van San Sebastian tot Huelva. Die drukken tussen vijf en zes hun oor stijf tegen de radio en genieten het liefst zonder enige terughoudendheid van de sfeer in de Tour..

Een dopingprobleem in het wielrennen? Daar hebben ze in Spanje geen last van.

Het is zaterdagochtend, een uur voor het begin van de etappe. Ik kom boven op de eerste etage van commentaartruck nummer vier, de cabine die het verst verwijderd is van de finish. Loop op de automatische piloot naar mijn vaste plek, pal naast mijn amigos voor de komende drie weken. Schrikken. Daar staat apparatuur die ik niet ken, apparatuur met stickers van de Deense radio.

Heb ik weer

Zonder inspraak ben ik door de Tour-organisatie verplaatst naar een commentaarpositie dichterbij de finish. Geen Spaanse schreeuwlelijk in de buurt.
Ik zit pal naast mijn zeer gewaardeerde collega uit Vlaanderen, die qua decibellen meer last heeft van mij dan ik van hem, naast een Franstalige Zwitser die ik niet ken. Dat kun je in het competitieve sfeertje van de Tour beschouwen als een upgrade, want ik zit dichterbij de plek waar straks de beslissing valt. Maar ik mis ze meteen, de lawaaiige Spanjaarden die drie weken lang op maximaal niveau hun enthousiasme voor de wielersport uitschreeuwen.

Het is stil hier, in cabine nummer twee.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie