De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Gesink is geen goochelaar

8.26. Spreek het langzaam en hardop uit: acht mi-nu-ten en zes-en-twin-tig se-con-den. Een eeuwigheid op een onschuldige etappe. Maandag is het Hollandse fundament onder de Tour weggeslagen. 

Alleen Robert Gesink zelf vond het wel meevallen.

De verleiding Robert Gesink op deze plek eens flink door de mangel te halen – nee, correctie, wéér eens flink door de mangel te halen – is groot. Woorden als soft, ruggengraat, schop en kont liggen te borrelen onder mijn toetsenbord. Maar het lukt me niet, ik durf het niet. Het knaagt.

De Tour is de Tour, zeggen wielerevangelisten graag, een circus met zijn eigen werkelijkheid. In het circus wordt de assistente van de goochelaar doorgezaagd, om een paar minuten later vrolijk zwaaiend de piste weer te verlaten. In het circus trapt de clown op een tuinhark zonder de klap van de steel met een bloedneus te hoeven bekopen.

Opvallender nog dan het tijdverlies van Gesink was het contrast tussen de nonchalance waarmee hijzelf de nederlaag accepteerde en de radeloze wanhoop waarmee de media en het publiek de 8.26 incasseerden. Voor wanhoop mag naar believen ook woede, frustratie of cynisme ingevuld worden. In het circus zien artiest en publiek dezelfde truc, maar na de voorstelling kunnen ze twee totaal verschillende verhalen vertellen.

Acht jaar toert Gesink inmiddels mee in Le Cirque du Cyclisme. Onder collega’s staat Robert Gesink bekend als een keurige jongen.

Binnen Belkin – voorheen Rabobank – schijnt niemand te twijfelen aan Gesinks capaciteiten. Hijzelf evenmin. Tijdens acht optredens in de drie grote rondes (Tour, Giro, Vuelta) wist hij zich vier keer bij de beste tien te scharen, een cv dat niet al te veel coureurs kunnen laten zien. Buiten het zicht van camera’s en microfoons roepen ze graag de Tour van 2010 in herinnering. Google de namen van die Tour maar eens in combinatie met het woord dopage en zie waar Gesink dan staat.

Robert kan de Tour winnen. Misschien hééft Robert Gesink de Tour al eens gewonnen.

In het jaar dat de wielersport heeft beloofd weer op nul te beginnen, gunde ook Robert Gesink zichzelf een nieuwe kans. De Tour was de Giro geworden. Halverwege legde hij noodgedwongen het hoofd in de schoot, gekweld door pech, door ziekte, door kou, maar ook omdat hij zijn ogen goed de kost had gegeven. Terwijl Gesink thuis zijn hoofd probeerde schoon te maken, werd bekend dat in de personen van Di Luca en Santambrogio het oude wielrennen nog vrolijk had meegefietst in de Giro. Totdat ze betrapt werden.

Het circus zoekt altijd naar nieuwe acts.

Luisterend naar Robert Gesink doemde gisteren het beeld op van Eddy Bouwmans. Begin jaren negentig als grote belofte toegetreden tot het peloton, winnaar van de witte trui (beste jongere) in zijn eerste Tour, om vervolgens al na enkele jaren het circus gedesillusioneerd de rug toe te keren. Aan tafel bij Mart Smeets legde Bouwmans vorig jaar het mysterie van het circus uit zoals we dat inmiddels allemaal kennen.

Bij Belkin hopen ze dat Gesink in de derde week iets moois zal laten zien. Laten we het voor het gemak de week van de Ventoux, de Glandon, de Madeleine en Alpe d’Huez noemen – de puisten waar Froome en Contador hun collega’s genadeloos zullen uitknijpen. Robert Gesink gaat de derde week thuis beleven , Robert Gesink is geen goochelaar en geen clown.

Over tien of vijftien jaar mag hij vast en zeker een keer zijn verhaal komen doen bij Smeets aan tafel. Benieuwd naar zijn verhaal.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie