De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Zuivere koffie

Er is puur feitelijk geen speld tussen te krijgen: Daryl Impey is de eerste Afrikaan in de gele trui. Het klinkt goed, het klinkt exotisch.

Wie echter bij het beluisteren van die eerste zin visioenen krijgt over een Gebrselassie-achtige wielrenner, wordt rap uit de droom geholpen bij het zien van een blozende, roomwitte jongen wiens tongval een veilige jeugd op een Britse kostschool doet vermoeden.

`Prima renner, maar geen negertje’, zou Henk Lubberding in een onbewaakt ogenblik hebben kunnen zeggen.

Verhalen

De Tour leeft van verhalen en hoewel Impey vast een verhaal heeft, is het niet het verhaal waar de schrijvers van het Franse sprookjesboek naar op zoek zijn. Onder het hoofdstuk Afrika blijft de legende van Abdel-Kader Zaaf na gisteren gewoon op 1 staan: de Algerijnse renner die in de jaren vijftig in de verzengende hitte op weg leek naar de ritzege, maar na het nuttigen van twee flessen wijn de verkeerde kant opfietste.

Dàt zijn verhalen.

Wie als journalist debuteert in de Tour wordt ermee overladen. ’s Avonds na de dis in een bistro schudden ervaren, grijzende collega’s de anekdotes en verhalen uit hun mouw ten bewijze dat zij, in tegensteling tot jou, feilloos de weg weten in het labyrint dat cyclisme heet. Franse complotten, Spaanse congsies, Italiaanse listen, Belgische bedriegers, Hollandse handelaren en dat is nog maar de basiskennis. Verhalen die geen enkele debuterend journalist durft te beantwoorden met de vraag: is dat wel zuivere koffie?

Om zo snel mogelijk volwassen te worden in de wielerjournalistiek zuigt de debutant de anekdotes gretig op, om er veel later misschien zijn voordeel mee te doen in een column, een gewaagd achtergrondverhaal, of, niet in de laatste plaats, om jaren later zelf achteloos uit de mouw te schudden bij het avondeten.

Colombianen

Zo leverde de opkomst van de Angelsaksen heerlijk gespreksstof op (Graeme Obree maakte zijn eigen fiets uit oude onderdelen van een wasmachine, echt waar!), was het smullen toen de Colombianen door de Alpen gingen dansen (Luis Herrera verdiende ’s winters wat bij als tuinman, echt, geen geintje!) en kon midden jaren negentig het vermakelijke verhaal van de eerste Japanner in de Tour worden opgedist (Imanaka reed met een fototoestel in zijn achterzak zodat hij de fietsen en de technische snufjes van zijn concurrenten kon vastleggen).

Maar hoe lekker die anekdotes ook smaakten, een betere bron voor sterke verhalen dan Oost-Europa vond de wielerjournalistiek nooit. Eind jaren ’80, begin jaren ’90 doken ze ineens op, in eerste instantie achter het IJzeren Gordijn weggeplukt door Peter Post. In het spoor van Ampler en Ludwig volgden andere zwijgende oermannen met de pedaaltred van een Toepolev en namen die als een dieseltrein over de tong rolden: Oegroemov, Tchmil, Abdoesjaparov.

Jaskula at glas

Maar de mooiste was de Pool Zenon Jaskula, een Pool. Op youtube is nog het verslag te vinden van de etappe naar Saint Lay Soulan in 1993 waarin hij Indurain en Rominger aftroeft en aldus de eerste Poolse ritzege in de Tour-geschiedenis liet optekenen. Jaskula was een rare, konden journalisten jaren nadien nog smeuïg vertellen: hij at glas, serieus waar! Jaskula kreeg de bijnaam Het Paard, al bleef onduidelijk of zijn uiterlijk dan wel de bijna dierlijke kracht waarmee hij de pedalen geselde daaraan ten grondslag lag.

Ze zijn er nog steeds, de Oosteuropeanen. Ze zijn jong, gezegend met Westerse flair, knijpen af en toe een rondemiss in de billen, winnen veel, heel veel, en heten Sagan en Kwiatkowski. Ze zijn goed, uitzonderlijk goed. Maar of ze net als Jaskula ook glas eten…

Het is onbekend. Hun verhalen moeten nog geschreven worden. Liefst gauw, zodat je je ongegeneerd kunt afvragen: is dat wel zuivere koffie?

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie