Tour de France

ALTIJD DE TOUR 22: Huis van winden

25-7-2009 09:07 Jeroen Wielaert

Moloch, despoot, moordenaar. Van alles heeft hij naar zijn hoofd gekregen aan boze betitelingen, ziedende verwensingen. Allemaal volkomen onterecht, want de Mont Ventoux kan er niets aan doen wat de mensen zichzélf aandoen door hem te willen bestijgen. Het enige wat hij doet als berg is soeverein en sereen in het landschap liggen.

De oude Kelten noemden hem Vintur, huis van een heerser. De naamgeving kan zo een combinatie zijn geworden met de latere duiding Mons Ventosus, berg van winden. Dat hij als Mont Ventoux ook de geduchte faam heeft gekregen moordend te zijn komt vooral door de tragische dood van Tom Simpson, op 13 juli 1967, de dertiende Touretappe. De Engelsman had het vooral zichzelf aangedaan met een overdosis stimulantia.

Een heel vroege Ventoux-bestijger was Francesco Petrarca, dichter van Italiaanse herkomst. Op 26 april 1336 vertrok hij lópend vanuit Malaucène, samen met zijn broer Gherardo en nog twee metgezelen. Heen en weer deden ze er rond de twintig uur over.

Eindelijk was Francesco ver van Laura, de onbereikbare, perfecte liefde vandaan geklommen, en het had hem veel opgeleverd. Hij was helemaal high van zijn trip op de Ventoux. Het was een middeleeuwse klim qua datering en omstandigheden, maar Petrarca’s observaties zijn niet uit de tijd.

Eenmaal beneden mijmerde hij: ’ Het leven dat wij het gelukzalige noemen, bevindt zich op een hoge plaats; een smalle weg, zegt men, leidt daarheen. Onderweg rijzen vele heuvels op en men moet met glorieuze schreden van deugd naar deugd gaan. Op de top is het einddoel van alles, het einde van de weg: daar ligt de bestemming van onze reis. Iedereen wil dat doel bereiken, maar, zoals Ovidius zegt, willen alleen is niet goed, de begeerte te slagen is de noodzaak.  Het is van tweeën één: hoe lang je ook hebt rondgedwaald, bezwaard door de last van de dom voor je uit geschoven inspanning, het is óf de top van het gelukzalig leven bereiken óf uitgeput neertuimelen in de diepten van je zonden.’

Het was de moraal van Petrarca, na een etmaal met goede benen.

Veel poezie is er óver de kale berg geschreven, maar nog nooit door de berg zelf. Daarom nu Het Gedicht van de Ventoux

Voor van alles hebben ze me uitgemaakt,

Maar ik heb maling aan wat ze van me vinden

Geen moment heeft het me echt geraakt

Ik heb het laten waaien met mijn winden

De Tour heeft me extra naam gegeven

Met Lazarides, Robic, Bobet en Gaul

En door Tommie Simpsons trieste sneven

Op mij raakte hij droevig aan de dool

De oude Petrarca ging liever lopen

Het maakte hem wijzer in plaats van moe

Daarvoor laat ik eeuwig mijn wegen open

En niet uit de hoogte, als Mont Ventoux

« Terug naar het overzicht


5 reacties op “ALTIJD DE TOUR 22: Huis van winden”

  1. Beste mensen,

    Ik wil u vragen om Mart Smeets attent te willen maken voor de weblog http://www.fietsenvoorkwf.nl
    Hij heeft er al over gehoord. Misschien kan hij de jongelui die nu fietsen in Frankrijk nog een duwtje in hun rug geven. Goed voor kankerfonds.
    Ik hoop dat het nog gebeurd in de Tour.
    Succes en hartelijk dank Marrie

  2. Wat een dag, wat een bekilimming, wat een sensatie en wat een redding voor de Rabo ploeg. Petje af voor Gerate, een nieuwe naam op het lijstje van de legende.

    Een mooi verhaal met een wonderschoon gedicht, chapeau!!!!

    Ray

  3. Justine Erens zegt: 26-07-09 om 06:29

    MOOI!!

  4. Ik volg de tour de france altijd op tv. Ik neem het ook op. Prachtig om naar te kijken. Dat rijden door het franse land. En ook nu dit keer monaco, spanje, zwitserland en italie, prachtig. Al gaat het mij nou niet zo zeer om de tourrijders zelf. Maar het hoort er gewoon wel bij natuurlijk. Slechts een punt wat ik niet zo bijzonder vindt is het comentaar bij de uitzending. Een beschaafder taalgebruik te bezigen zou wel op zijn plaats zijn. Want wat is een knakker en een lul. Ik vindt dit ongehoord en te grof. Iedereen luistert mee, ook kinderen. Ook het eindeloos doorkletsen over het verleden en van specifieke renners van de tour, vindt ik niet zo goed. Men zou bv beter op de omgeving moeten letten waar de tour passeerd, en daarover iets vertellen. dank U!

  5. Jan zegt: 01-08-09 om 00:34

    Natuurlijk heb ik ook de verhalen gehoord van wielertoeristen die de MV hebben gedaan. Mijn tourclub heeft er af en toe een heuse tijdrit.

    Een fietsvriend die ik vertelde over mijn plannen naar de Ventoux te gaan, vertelde mij dat als ik daar was ik m’n dag moest uitkiezen om hem te beklimmen. Als het zou regenen rij dan niet maar wacht op beter weer. Waait het, wacht tot de wind luwt. Zie je de top niet, wacht dan. Met andere woorden, zei hij, neem je tijd.
    Achteraf waren het wijze woorden. Ga er niet naar toe om hem als een dwaze te beklimmen, wen aan de berg.

    Mijn plan was om eerst 1200 kilometer van Utrecht naar St. Maries de la Mer aan de middellandse zee te fietsen. Daarna ben ik naar Bedoin gefietst. Het weer was redelijk, Regen en af en toe zon. (20 mei-18 juni 2008)

    Ik heb op de eerste camping die ik vond in Bedoin mijn tent opgeslagen. Van de campingeigenaar hoorde ik verhalen van lui die verkleumd boven kwamen en ziek beneden in het dal arriveerden. Sommigen kwamen de eerste keer niet eens boven vanwege de kou, de wind , de regen en de mist. vertelde hij.

    Ik was niet van plan om de gegeven adviezen in de wind te slaan en was er van overtuigd dat ik de top zou ronden. Inderdaad, ik wilde er op en er over. Van Bedoin naar de top van de Mont Ventoux en dan afdalen naar Malaucène. De omgekeerde route van Petrarca, inderdaad.

    Om 7 uur ‘s ochtens was ik al wakker en heb me voorbereid op de beklimming. Om 10.15 uur ben ik vertrokken bij de fontein waar de eigenlijke beklimming van de Ventoux begint. Op een randoneur reed ik met een gangetje van 25 k/u richting bos. Bij de rotonde wist ik dat ik het rustig aan moest doen. In het bos zag ik een lange rechte weg. ideaal voor een sanitaire stop en om mijn majo uit te doen. Ik werd ingehaald door een Belg. De weg kronkelde zich tegen het massief omhoog. De Belg reed inmiddels weer achter mij. Bij Chalet Renard had ik het gevoel dat het ging beginnen. De bewolking hing al gevaarlijk laag. Trok m’n majo en jas aan. Nadat Renard uit zicht was, trokken de wolken voor je ogen voorbij. Je fietste in flarden die soms het zicht belemmerden. Het was koud, licht verzet, niet forceren. Bij het monument voor Tony Simpson werkte m’n camera vanwege kou/vocht niet, helaas.
    De Belg reed mij bij Simpson voorbij.

    Nog even naar de top. Maar het ging makkelijker. Het stijgingspercentage werd minder. Alleen in de bocht naar de eigenlijke top liep het verder op. In de binnenbocht reed ik nog iemand voorbij.
    De Belg zei dat hij weer naar beneden moest. Dezelfde weg! En ik nam de route van Petrarca naar Malaucène en vervolgens via col de Madeleine naar Bedoin.

    De volgende dag fietsen naar Avignon, dat je ‘s nacht vanuit Bedoin ziet liggen, gescheiden door een paar Petrarciaanse heuvels van deugd en loutering.
    Hier heb ik naar toe gewerkt, de beklimming van de Mont Ventoux met een aanloop van 1300 kilometer.

    Vervolgens een terugtocht die vanuit Avignon even lang bl;eek als de heenreis alleen heb de Jura en Vogezen overgeslagen door per trein te reizen om via de heuvels in Luxemburg en de Ardennen thuis te komen.

    Het doel van deze reis was echt niet de top van de Ventoux. Nee dat was de weg er naar toe. En anders dan in de 14e eeuw ten tijde van Petrarca kon ik er op en er over.

geef een reactie