Teleurstelling in Bismarck
De lucht is strak blauw en er waait een aangenaam windje door de stoffige zandstraatjes van Bismarck. Kinderen op slippers, afgetrapte schoenen, versleten sandalen of blote voeten slenteren door het dorp. Het is warm zo midden op de dag in het Greening Bohlabela-district in de provincie Limpopo in het noord-oosten van Zuid-Afrika. Bismarck ligt op drie uur rijden tussen de WK-speelsteden Polokwane en Nelspruit in. Het is een arm boerendorpje. Op een uitgestrekte zandvlakte zijn honderden kleine huisjes gebouwd. Sommige zijn van steen, andere van hout of leem. In Bismarck heerst de rust van het platteland. Internet is er bijna niet en slechts een handjevol inwoners heeft een auto.
“Kijk”, zegt Sam, “daar staat een groot stenen huis, die mensen zijn ambtenaar bij de provincie en hebben genoeg geld voor een kleine bungalow!” Sam is een van de Rangers van het Kuname River Lodge Resort dat vier kilometer verder aan de overkant van de weg ligt. In het resort logeren toeristen vanuit de hele wereld. Buiten de omheining van de Kuname River Lodge kunnen ze onder leiding van Sam op Game Drive op zoek naar olifanten, leeuwen, neushoorns en giraffen. En nu, tijdens het WK bezoeken, ze ook een WK-wedstrijd. Sommigen zijn ook speciaal voor het evenement naar Zuid-Afrika gekomen en pikken een safari mee.
Sam is 33 jaar en woont met zijn gezin in Bismarck. Hij leidt me rond in het dorp. Op een zandvlakte staan twee doelen zonder net. Een paar jongens zitten op de grond. Het is winter in Zuid-Afrika maar in de provincie Limpopo is het midden op de dag te warm om te voetballen. “Er wonen hier 20 duizend mensen”, vertelt Pace, één van de jongens. “We hebben vier voetbalclubs: de Tiger Boys, Motherwells, Home Supers en de Smoden Boys. In de leeftijd van twaalf, veertien, zestien en achttien jaar zijn er wedstrijden en natuurlijk ook tussen de oudere jongens van het dorp. Eigenlijk hebben we niks anders te doen hier…”
Zijn vrienden bevestigen die conclusie. Verveling is de grootste vijand van de jongeren. Ze hoeven niet meer naar school en geen van allen heeft werk. Achter hun beleefdheid en vriendelijkheid gaat een gevoel van moedeloosheid schuil. “Heel weinig jongeren hebben vast werk”, legt Sam uit. “De enige manier om een boterham te verdienen is een voet tussen de deur te krijgen in de resorts aan de overkant van de weg of bij te klussen in de tuintjes en de huisjes van de mensen in het dorp die wel werk hebben zoals ik.”
Space en zijn vrienden lijken weer aanstalten te gaan maken om te gaan voetballen. Space wil nog wel even kwijt dat hij blij is met het WK in Zuid-Afrika is, “maar we hadden gehoopt dat we naar een wedstrijd zouden kunnen gaan. Dat we geld zouden kunnen verdienen aan het WK. We dachten dat duizenden supporters uit de hele wereld hier langs zouden komen, maar er is helemaal niemand. De wegen zouden hier in de omtrek vernieuwd worden, maar er is niets gebeurd. De kinderen op school hebben hard geleerd de afgelopen jaren want met het WK op komst zou iedereen nodig zijn. Dat was voor iedereen een enorme stimulans. Maar alles is hier precies bij het oude gebleven. Daarin zijn we enorm teleurgesteld!” De voetbalvrienden van Space knikken weer instemmend.
Middenin het dorp is een klein winkeltje. Pertumia is een echte Zuid-Afrikaanse ‘big mama’ en verkoopt er snoep, snacks en frisdrank. Een ventilator brengt verkoeling. Op de balie van het winkeltje staat een oude tv met een antenne. Het beeld sneeuwt enorm. Het doet denken aan tv-kijken in Europa in de jaren zestig. Nederland-Denemarken van de vorige middag wordt herhaald . Vaag is te zien dat Dirk Kuyt het tweede doelpunt maakt. Pertumia gaat trots achter haar televisietje staan. “Ik krijg nu wat meer mensen in mijn winkeltje omdat ze op deze tv de wedstrijden kunnen zien. Niet iedereen heeft thuis een televisie. Als Bafana Bafana speelt zit het stampvol. Maar ook bij de andere wedstrijden komen mensen kijken, vooral als de andere Afrikaanse landen spelen!”
Even verderop in de zandstraat is een stalletje waar sinaasappels en bananen worden verkocht. Vier moeders, waarvan eentje met een babytje op haar rug, verkopen de handelswaar. Zo’n tien kinderen dartelen om hen heen. De moeders zijn ontstemd over het feit dat de kinderen niet naar school hoeven omdat het WK er is. Een maatregel die niemand in het dorp begrijpt. Moeder Dena: “We hebben geen geld om naar Polokwane of Nelspruit te gaan. Laat staan een kaartje te kopen voor een wedstrijd. En onze kinderen hebben overdag niets te doen. Ze willen alleen Bafana Bafana zien spelen. Dus ze hangen maar een beetje rond. Op een gegeven moment zijn ze op straat uitgevoetbald.
Ook bij deze vrouwen heerst een dubbel gevoel over het WK. Geen enkele buitenlander, geen WK-supporter die de weg af slaat om een kijkje te nemen in dit dorp aan de voet van Drakensberg. Het WK heeft niets aan de armoede in Bismarck kunnen veranderen. “We hadden nog gehoopt dat we een groot beeldscherm zouden krijgen in ons piepkleine voetbalstadion, maar ook daarin zijn we teleurgesteld”, zegt Sam op de weg terug naar Kuname. De zon gaat langzaam onder in de provincie Limpopo. Het schuifhek van het resort gaat open en we gaan weer een heel andere wereld binnen. Het WK is vanmiddag toch even in een ander daglicht komen te staan want van boerendorpjes zoals Bismarck zijn er honderden zoniet duizenden in dit immense landn
Tags: Bismarck, Jan Roelfs

Waarom nooit een keer iets over de Afrikaner boeren? Er schijnen veel van voor Oranje te zijn.
Ik heb m’n buik méér dan vol van die zogenaamde self-hating sportjournalisten en hun selectieve melodrama.
Een dorpje in Limpopo aan de voet van de Drakensberg? Geografisch klopt dat niet. De tweedeling in de Zuid-Afrikaanse maatschappij klopt echter wel zeker. Hoe dit te bestrijden? Vooral zorgen dat veel mensen naar Zuid-Afrika (en omstreken) op vakantie gaan en geld uitgeven in bedrijfjes die eigendom zijn van lokale mensen.
ik snap niet dat de NOS geen algemene vragen accepteert, wat de VI wel doet overigens. Hoe kan het zo zijn dat de FIFA vraagt of er minder geprotesteerd wordt als er een landelijk belang gaande is en dat men dit doet; de FIFA int 1.3 miljard!
Is het nou is niet zo dat deze onbelangrijke sport maar wel een blijkbaar commerciële sport is een keer een geste maakt naar een land en 1.000 veldjes neerlegt?
Ik stuur deze mail naar jullie maar ook naar CNN en alle anderen op de wereld die maar enige invloed kunnen hebben. Ik vind jullie slaven van de commercie, met alle respect trouwens.
Gegroet,
Philippe Nonkes uit Voorburg
Daan zegt, dat wij geld moeten steken in lokale bedrijfjes. Ja…. zo zijn we. Wij zien de wereld door Nederlandse ogen.
Maar we moeten niet vergeten, dat het ANC bij een gemeente-feestje in de Capetown Fish Market (Preller plein in Bloemfontein), ongeveer 150.000 euro aan drank aan laat slepen, om een leuk feestje te bouwen. Weet je hoeveel huisjes je hiervoor kunt laten bouwen voor de minder bedeelden?
Leer eerst eens de bevolking in Zuid-Afrika kennen voordat je met ideeën komt, die natuurlijk wel van goede wil zijn, maar absoluut geen zoden aan de dijk zetten.
Marc
Beste Jan,
Een mooie impressie van je belevenissen, en precies weergegeven op een manier die ik zelf jaren achtereen meegemaakt heb. Als ik je verhaal lees, krijg ik precies weer de smaak in mijn mond als die ik had bij mijn eigen ervaringen.
Wat in zestien jaar verpaupert is, zal in geen 100 jaar weer opgebouwd kunnen worden. Jammer dat het ANC ook niet in staat is dit te veranderen. Door onkunde en eigenbelang zal hier niet snel iets veranderen.
De enige oplossing die ik zie, is blank en zwart met rust te laten, en ieder de mogelijkheid te geven zijn dorpje weer welvarend te maken. B.E.E. (voor mensen die deze afkorting kennen) maakt meer kapot dan dat het opbouwt.
Marc