Vechten als leeuwen in de mixed zone
De ‘mixed zone’ is een begrip in de sportjournalistiek. Het is een afgeschermd gebied in de catacomben van het stadion, waar de spelers na afloop van hun sportprestatie doorheen lopen en ondervraagd worden door journalisten. Mixed zones zijn er met name bij grote sportevenementen zoals de Olympische Zomer- en Winterspelen, de WK atletiek, WK zwemmen en het EK en WK voetbal.
In de mixed zone van het Wereldkampioenschap voetbal in Zuid–Afrika lopen de voetbalsterren eerst door een haag van schrijvende media, die met kladblokjes en opnamerecorders schreeuwend en roepend de aandacht proberen te krijgen van de spelers. Pennen vallen op de grond en er wordt gevloekt en gescholden als de Müllers, Lahms, Busquetsen, Cassillassen en Xavi’s van de avond vriendelijk glimlachend het journaille voorbijlopen. Na de schrijvende media volgt een cordon van radiojournalisten die met hun apparatuur over de dranghekken hangen en hun microfoons bijkans door de strot proberen te duwen van de voetballers.
Af en toe blijf er eentje staan. De gelukkige verslaggever die dan het dichtstbij staat, heeft mazzel en stelt snel de eerste vraag. Daarna wordt de journalist platgedrukt door alle andere radiovertegenwoordigers die met hun volle lichaamsgewicht proberen linksom of rechtsom hun microfoon onder de neus van de speler te drukken. In Zuid–Afrika kun je stellen dat het net leeuwen zijn die zich op het karkas van een dode zebra storten, en dat met zijn allen proberen leeg te vreten…
Als afgevaardigde van de tv-afdeling van Studio Sport sta ik met cameraman Jurriaan van der Kamp bij het televisie-gedeelte van de mixed zone. Dat is de derde en laatste erehaag waar de voetballers doorheen moeten alvorens ze in veilige haven zijn: de spelersbus. Het ‘positie bepalen’ in de mixed zone is belangrijk. Je moet je als het ware verplaatsen in de gedachtegang van de speler. Als de speler uit de haag van radiojournalisten komt, heeft hij dan zin om metéén iemand van de tv te woord te staan? Of is het handiger halverwege te staan?
Ik besluit aan het begin van de tv-mixed zone te gaan staan. Jurriaan zet het zware statief van de camera zo breed mogelijk neer. Ik leg mijn rugzak en jas tegen het dranghek aan en hol nog even snel naar het toilet. Straks kan dat niet meer. Het is ‘opgestaan, plaatsje vergaan’ in de mixed zone. Langs het dranghek komen steeds meer collega’s te staan. Een camerateam uit Mexico, een ploeg uit Costa Rica, ESPN Brazilië, de Chinese televisie, Koreaanse collega’s, Amerikanen, Duitsers, TF1 uit Frankrijk…
We knikken elkaar vriendelijk gedag. Maar als Fernando Torres als eerste de hoek omkomt is het ieder voor zich en God voor ons allen. De Mexicaan duwt cameraman Jurriaan naar links. ESPN Brazilië komt over de linkerflank inbeuken. Ik hang voorover over het dranghek met mijn NOS-microfoon in mijn rechterhand. De verslaggever van de BBC is een bekende van de Spaanse spits. “Ah dat is mooi!” denk ik bij mezelf. Maar het is ijdele hoop. Torres knikt vriendelijk naar de Engelsman en loopt in een stevige pas langs alle smekende gezichten van de verslaggevers. “Fernando, Fernando, Fernando!” roepen we in koor. Maar voor we het weten heeft hij alle microfoons van zich afgeschud en loopt hij de hoek om naar de Spaanse spelersbus.
De bijna platgedrukte kleine Griekse verslaggever (1.60 meter en naar schatting 60 kilo) wurmt zich los uit de menigte en kan even op adem komen. We positioneren ons opnieuw. Als ware het de start van de 100 meter sprint atletiek. We horen rumoer bij onze radiocollega’s. Dat betekent dat een ster de hoek om kan komen! We spannen onze spieren! En ja, opeens staat David Villa vlak voor mijn neus! De dame van de Mexicaanse televisie is me net voor. Zij stelt de eerste vraag. Ik wacht totdat ik denk dat Villa ongeveer klaar is met zijn antwoord. Ik hoor amper wat hij zegt. Als een gericht pistoolschot op mijn prooi lanceer ik mijn eerste vraag: “Wat hij voelt bij het spelen tegen Oranje straks in de finale?” Op de school voor de journalistiek zou je een ruime zes krijgen voor deze openingsvraag maar ik heb in ieder geval beet!
Villa antwoordt. Nu moet ik vasthouden en die Mexicaanse dame geen kans geven. Het is net een wedstrijd! Al bij de laatste zin van het antwoord van de Spaanse spits duik ik erin met mijn tweede vraag. “Nederland –Mexico 2-0!”, denk ik bij mezelf. De spits maakt aanstalten om door te lopen. Ik roep ‘m nog snel mijn derde en laatste vraag toe: “Wie wordt de grote ster van dit WK? Jij of Robben?”. Met een glimlach antwoordt de nieuwe aanvaller van Barcelona dat daarvoor eerste de finale moet worden gespeeld. De topscorer van Spanje loopt door. Het kluitje van vijftien tot 20 journalisten valt weer uit elkaar. Niet alleen de kleine Griek heeft het lastig, ook de Chinees lijdt zichtbaar. Hij heeft bijna zijn schouder uit de kom gedraaid om met zijn microfoon bij de mond van Villa te komen.
Ik haal opgelucht adem. Straks komt Puyol nog; het boegbeeld van Catalonië, de matchwinnaar van deze historische halve finale van Spanje tegen Duitsland. De man van de kopbal. In de nadagen van zijn carrière is dit zijn ‘moment of fame’. Hij zal ongetwijfeld uitvoerig stilstaan bij de internationale media over dit unieke moment voor hem. Met Puyol zal ik rustig kunnen praten over de wedstrijd tegen Nederland, over de grote finale, over hoe het is als Catalaan wereldkampioen te kunnen worden met Spanje… Het is een geruststellende gedachte. Ik knik naar Jurriaan, de cameraman, ook die kijkt ook tevreden, inderdaad Puyol komt nog, de ‘Rambo van de Ramblas’. Ik verheug me erop met hem te praten over de Nederlandse trainers die hij heeft gehad, wat zijn mening is over Cruijff en zijn invloed op het Spaanse voetbal van nu.
Ik laat Marchena lopen. Puyol is immers in aantocht. Er klinkt geroezemoes. Ik hoor de naam Puyol vanuit de mixed zone van de radio. Dan komt de centrale verdediger de hoek om lopen. Toilettasje onder zijn arm. Trainingsjasje om zijn middel. Ik richt mijn microfoon naar voren, wil mijn eerste vraag stellen… Maar Puyol is al tien meter verder. De man van het enige doelpunt, de man die in Durban met Spanje geschiedenis heeft geschreven laat de televisie-media uit Catalonië, Spanje, Frankrijk en de rest van de wereld verbouwereerd achter. Geen woord van Rambo! “Television de Holanda!” roep ik nog vertwijfeld. Maar Carles Puyol zit dan al lang in de bus…
Tags: Jan Roelfs, wk2010

Jan,
Mooi stukje. Ik zie je staan. Dan heb ik het makkelijker als freelance-sportverslaggever bij een voetbalwedstrijd in de Noordoostpolder. Meestal ben ik alleen. Soms is er nog een journalist van een andere krant. Vaak wel benieuwd wat hij gaat schrijven en wie hij na afloop gaat interviewen. Ik weet niet of ik zo’n mixed zone zou overleven. Of zou ik ook zachtjes duwen.
Sterkte zondagavond!
Goed geschreven Jan, zie het letterlijk voor me. Zo gaat ‘t inderdaad ook, ‘t is een ontzettend kippenhok in zo’n mixed zone. Toch vreemd dat zo’n Puyol de tv-media overslaat. Had ik die goal gemaakt, dan had ik het maar al te graag aan alle tv-stations uitgelegd…
Maar ja, dat komt er (37 jaar momenteel) never nie meer van…
Wat een stressbaan en waar is de spontaniteit, wat is het moeilijk om voetbal-tv te maken, petje af hoor, ik ben er verbaasd over dat die voetballers zo gesloten zijn, ze kunnen hier toch ook hun voordeel mee doen?
Zou het helpen als je ter aanmoediging wat juichende (vrouwelijke) voetbalfans zou meenemen om de vliegensvlugge sprintende voetballer te vertragen en zo te verleiden tot het beantwoorden van je vragen? Misschien?
Mooi stuk, misschien een idee iets te schrijven over de absurditeit van de finaledag.
Het nationalisme viert hoogtij doordat het Nederlands voetbal team de finale speelt. Vijftien jaar geleden viel op deze dag Srebrenica, waar 8.000 mensen werden vermoord onder de ogen van een ander Nederlands team: Dutchbat…
Schandalig dat er geen minuut stilte wordt gehouden voor de finale…
Mixed feelings?
Dit Nederlandse team is er binnen een maand in geslaagd om alles wat in tientallen jaren is opgebouwd binnen een maand tot op grond toe af te breken.
Weg schoonheid, weg bravoure, weg totaalvoetbal.
Het zijn schakende kickboksers geworden.
We zijn van voetballiefhebbers gedegradeerd tot puntenverzamelaars.
De huldigingen zijn totaal misplaatst.
In de mixed zone heb ik weinig opmerkingen in deze richting gehoord.