Gepakt maar niet gevangen, of toch…
En dan ben je ineens zelf nieuws.
Leuk is dat niet want we belanden in een politiebureau waar het langzaam donker wordt, en waar wij zelf langzaam beginnen te ruiken als gedetineerden.
Wij zijn het niet hoor!
Zeggen de politiemannen.
‘Nee jullie zijn niet gearresteerd.’
‘Dus we kunnen weg?’
‘Nee!’
‘Dus we zijn gearresteerd.’
‘Nee.’
Wij wilden alleen een paar dagen filmen uit het leven van een Ahmadiyah-dorpje op Java. Een gewoon dorp met gewone mensen, die er een ongewoon geloof op nahouden.
Ahmadiyah zijn moslims die geloven dat niet Mohammed de laatste Islamitische profeet is geweest, maar de Indiër Mirza Ghulam Ahmad. Hij zou de uit de hemel neergedaalde Jezus zijn, die het Einde der Tijden aankondigt.
De Ahmadi’s zitten al meer dan 80 jaar in Indonesië (en tal van andere landen in de wereld) en doen daar niemand kwaad. Maar de laatste tien jaar is in Indonesië de jacht op ze geopend. Hun dorpen en moskeeën worden aangevallen en platgebrand. Hun aanhangers gewond, of erger.
Vorig jaar werd de wereld opgeschrikt door beelden van Cikeusik, waar een meute van 1500 mannen Ahmadi’s te lijf ging en er drie met stenen en stokken afmaakte. Het werd gefilmd met een mobieltje, of een kleine camera, en is nog steeds te zien op Youtube. Je hoort de slagen neerkomen, en je ziet hoe een agent erbij staat en ernaar kijkt, en niets doet.
Maar dat was vorig jaar. En sindsdien is het tamelijk rustig.
Ook in Cisalada. Dat dorp was in 2010 aangevallen. Ik was er toen, een dag na de aanval, en zag de uitgebrande auto’s, de verwoeste huizen, en de moskee met de verbrande Koran.
Nu is het schoon, opgeruimd en vredig als in elk ander dorp. Een man ploegt met een buffel in de modder, de stoffige hoofdstraat is leeg, kweekvissen in de vijvers happen naar lucht, de thee staat klaar.
Maar de rust is schijn.
‘Heb je je al gemeld?’
Waar en waarom zou ik mij melden? Welke wet verbiedt mij het ontbijt van deze Ahmadis te filmen?
Ik denk dit alleen, en protesteer niet. We gaan ons melden. Bij de ‘Lura’ (het buurthoofd), de ‘Polsek’ (de politie), de ‘Koramil’ (de lokale legerpost), de ‘Camat’ (het districtshoofd) en de ‘Pemda’ (de overkoepelende regering).
Uiteindelijk zeggen ze allemaal: ‘Geen probleem.’
Maar toch.
Het probleem komt twee uur later.
Wij maken ons op voor de lunch (ze hebben bakso-balletjes voor ons klaargemaakt) als er plotseling beroering is.
Een politieman rent naar ons toe en roept ‘Weg hier! Weg hier!’ Wij moeten de auto in, en zien nog net hoe aan de andere kant van het dorp mannen met stokken en stenen op de bewoners beginnen in te hakken.
Het dorp wordt aangevallen. Als de stenen op zijn zijn er gewonden, iemands been is afgehakt, vier huizen zijn vernield.
En wij mogen er niet meer in.
Ik schreeuw dat ik terug wil, want ik wil zien wat er gebeurt, maar ik mag niet. Onze vlucht naar de veiligheid is een ontvoering geworden.
De politie brengt mij weg. Een ongeüniformeerde met een onbetrouwbaar gezicht neemt de macht over. Hij rijdt voor ons uit. Wij moeten volgen.
Naar het bureau, zegt hij. Waarom?
Protesteren helpt niet.
Meer ongeüniformeerden met valse blikken komen, en vier politieauto’s met sirene en zwaailicht.
Of we terroristen zijn worden we op transport naar Bogor gezet.
En daar zitten wij dan.
De politie vertelt aan de media dat wij mensen hebben geïrriteerd met onze aanwezigheid, dat wij irritante interviews hebben gehouden. En dat wij dus eigenlijk verantwoordelijk zijn voor de aanval.
Het is niet waar, maar de media slikken het. Wij zien het zelf op de televisie van het politiebureau, die continu aanstaat.
Het plan van de politie werkt. Iedereen begint ons te bellen en te sms’en. En niemand heeft het meer over de aanval, over de slachtoffers, over Ahmadiyah en over de systematische vervolging van de sekte in Indonesië.
‘Wie heeft jullie toestemming gegeven daar te filmen?’
‘Iedereen’.
Ik som het lijstje op. Lura, polsek, koramil, camat, pemda.
‘Waar is de toestemming?’
Ze willen een brief met een stempel. Die heb ik niet. Hoef ik niet te hebben.
‘Aha!’
En zo gaat het maar door.
Onze papieren worden onder een mikroskoop gelegd. Volgens de berichten wordt ook de immigratiedienst ingeschakeld om onze verblijfsvergunningen en werkvergunningen te onderzoeken. Zij willen iets vinden, coûte que coûte…
Na zeven uur hebben wij onze verklaringen ondertekend.
Maar nog steeds moeten wij wachten. Waarop? Niemand die het weet.
Na zeveneneenhalf uur verlies ik mijn geduld. Ik weet dat ik dat niet moet doen. Niet op Java.
Maar het lijkt te helpen.
Want na zeven uur en vijfenveertig minuten mogen we weg.
Je denkt dan dat het over is, maar dat is het niet.
De volgende ochtend melden de media dat wij zijn gearresteerd en worden vastgehouden door de immigratiedienst.
Wij lezen het aan ons ontbijt in het hotel, dus het is niet waar. Nog niet.
Wij besluiten toch maar snel te vertrekken, voor het geval dat. Wij hebben geen zin in nog eens een dag op een bureau.
Dat had erin gezeten. Want een halfuur nadat wij zijn vertrokken komt de politie naar het hotel en vraagt naar ons.
Wij zijn gevlogen. Een rechercheur belt en vraagt waar we zijn. Ik zeg: ‘onderweg’ en hang op.
Maar de lokale media blijven melden dat de immigratiedienst met onze papieren bezig is. Wij zitten zelfs gevangen.
Misschien is het onzin. Misschien niet. Maar het hangt boven je hoofd als een donderwolk: met één pennestreek kunnen ze je verblijfsvergunning intrekken en je uit het land verbannen.
Dat kunnen ze doen. En kom er dan nog maar eens in.
We hebben niets verkeerds gedaan, maar dat hoeft niet. Zij doen wat zij willen.
Wij zijn niet de enigen die benauwde uren doormaken.
Het dorpshoofd wordt door de politie gedwongen een verklaring te tekenen. Hij maakt daarin excuses voor onze aanwezigheid in het dorp, en belooft dat dat nooit meer zal gebeuren. Hij klinkt bang, aan de telefoon. Niemand durft meer met ons te praten. Wij zijn paria’s.
En de echte daders?
Over hen, de mannen die het dorp hebben aangevallen, de haatpredikers die ze hebben gestuurd, heeft niemand het meer.
En dat was waarschijnlijk de bedoeling.
In het nieuws, het dorp na de aanval:
http://berita.liputan6.com/read/420992/seorang-luka-parah-lima-rumah-rusak
Tags: Ahmadiyah, gevangen, Indonesië, Islam, Java, Michel Maas, politie, vervolging

En aan dàt land, die regering wilden ze tanks verkopen…
Prachtig aangrijpend blog, bedankt.
Bijna 60 jaar geleden verliet ik Indonesie, na een paar jaar als
anak Betawie gewerkt te hebben als stadsverslaggever in de kota ibu.
Toen waren communistische subversieven de kwaaien.
Maar verder is er niets veranderd.
Indonesie is anno 2012 niet het enige land waar godsdiensttwisten plaatsvinden. Wat Indonesie anders maakt is dat er niet een duidelijk beleid is hoe om te gaan met de Ahmadiyah. Behoort het tot de Islam of is het een ander geloof? Hoge politici in Jakarta zijn bang hun vingers aan dit onderwerp te branden. Met het gevolg dat het op lager niveau, in dit geval voor de politie in Bogor, onduidelijk is wat ze moeten doen.
In principe moet de politie iedereen beschermen. Het probleem van hedendaags Indonesie is echter dat het tijdperk voorbij is dat men meteen orders van politie of militairen opvolgt. Om de vrede te bewaren wordt een consensus gemaakt die soms vreemd overkomt. Het gaat dan namelijk niet om de waarheid maar om hoe krijgen we de grote massa rustig en de bevorderlijke situatie (in het Indonesisch ‘kondusif’) terug. Het is dan een tijdelijke oplossing totdat men in Jakarta met een duidelijk beleid komt.
Toen christenen en moslims elkaar te lijf gingen op de Molukken werd er in het verleden ook niet adequaat opgetreden door politie en leger. Nadat de overheid in Jakarta een duidelijk signaal afgegeven had dat dit niet meer getolereerd zou worden, blijken grote confrontaties tot het verleden te behoren.
Het wachten is dus op een duidelijk signaal vanuit Jakarta, in de tussentijd moet men op lager niveau de zaak pappen en nathouden. Vervelend voor de aanhangers van de Ahmadiyah die zich telkens beducht moeten zijn voor aanvallen van tegenstanders en ook even vervelend voor Michel Maas cum suis.
Net als in elk democratisch land zijn er mensen tegen en voor hoe men nu met Ahmadiyah omgaat en dat lees je ook in het nieuws. Persoonlijk vind ik de berichtgeving in Indonesie niet eenzijdig. Lees http://www.detiknews.com of http://www.kompas.com of http://www.tempo.co. Als lezer kan men daar ook vrij je mening geven. Reacties van tegenstanders en voorstanders staan daar bij elkaar. Dat zaken soms anders of zelfs tegenstrijdig bericht worden, komt denk ik meer door de kleur van de bril van de verslaggever. Bestaat 100% objectiviteit in alle gevallen?
En zo gaat het dus al 50 jaar lang. De Papoea’s worden letterlijk met uitsterven bedreigd. Vind je dit verhaal cru? Teken en deel deze petitie. http://www.westpapoea.petities.nl
Dat verhaal kun je zo overschrijven naar China waar de Moslims worden vermoord of naar de West-Bank in Palestina/Israel
ik hoop dat u daarmee niet wil zeggen dat het
daarom minder erg is… In tegenstelling tot Pakistan is Ahmadiyah in Indonesië niet verboden
Voor de kenners van Indonesië, hadden bepaalde instanties geen geld willen zien? Zodat je misschien in alle rust daar aanwezig had kunnen zijn waar je wilde zijn. Jij bent maar een heel klein onderdeel in iets dat heel gecompliceerd ligt in deze wereld, met name nu in Indonesië. Maar toch zou je je verhaal een staartje kunnen laten krijgen en niet opgeven in het belang van de mensheid en de verwarde verhoudingen, geef het niet op nu.
Misschien heb je de hele situatie dan toch nog in den beginne te veel onderschat, de onrust die plotseling ontstond, was gevaarlijk voor jullie en de bewoners van het dorp.
Jij alleen, en diegenen die jou vergezelden en de autoriteiten en de Ahmadiya en nog meer betrokkenen kunnen misschien op dit gebeurde doorborduren, tot een dialoog komen, met mensen erbij die naar alle betrokkenen luisteren. Waar ging het fout voor jullie en valt er nog iets te doen.
Misschien had iemand geld willen zien, maar dan nog: als je geld aanbiedt kunnen ze je ook arresteren wegens aanzetten tot corruptie. Ik betaal nooit, in dit soort gevallen.
De rol van de politie is dubieus in deze zaak.
De politie was aanwezig in de dorpen, het wemelde er van de ongeüniformeerde verklikkers/agenten. De politie wist dat wij er waren. De bewoners niet. Toch waren die ‘geïrriteerd’ door onze aanwezigheid. Wie had ze dat verteld? Wie heeft deze ‘spontane’ aanval georganiseerd?
De enige reactie van de politie was: onze papieren doorlichten. Dat geeft aan wat de bedoeling is van al die formulieren en papieren die wij moeten invullen voor onze verblijfs- en werkvergunningen. Elk nieuw papier geeft nieuwe mogelijkheden om je ergens op te pakken. Het geeft ze macht om journalisten te controleren. Of erger.